Stukje 1: Vulkanen.
(Vragenlijst "Dantes Peak" onderop!)

In deze cursus (blz 12 t/m 15) gaan we het hebben over vulkanen. Waarom zijn er in het ene land vulkanen te vinden, en in het andere land weer niet? Hoe komt het dat sommige vulkanen “slapen”, en andere vulkanen juist erg actief zijn? Wat gebeurt er eigenlijk bij een vulkaanuitbarsting? Maak de opdrachten en begin daarna aan deeltaak 2: "een spreekbeurt over een vulkaan". Onderop deze pagina staan verschillende sites waar je extra informatie vandaan kunt halen. Maar vijf belangrijke sites wil ik je nu al geven:

1) Natuurinformatie.nl
2) Kennislink, alles over wetenschap
3) Vulkaanpagina.nl
4) Magma.nl.
5) En volcanoes online. (Veel in Nederlands)

Hieronder volgt weer informatie met opdrachten voor de KB/GL klassen. Als extra onderwerp staat onderop deze pagina ook informatie over andere natuurverschijnselen als erosie en sementatie, etc. Opnieuw volgen we de familie Niessink tijdens de (gewonnen) vakantie in Italië.

Opdracht 1. Beginnen maar!
Kun je een paar gevaren opnoemen bij een vulkaanuitbarsting?
(Waar “moeten” mensen bang voor zijn?)
Kun je een paar landen opnoemen waar je vulkanen kunt vinden?

De familie Niessink heeft een hotel in Napels gevonden. Iets wat ze graag wilden doen, is een uitstapje maken naar een echte vulkaan. De Vesuvius ligt vlakbij, en ze kunnen de opgravingen bij Pompeii bezoeken. ‘s Morgens vroeg op en pas ‘s avonds terugkomen in het hotel. “Waarom hebben we in Nederland geef vulkanen en hier in Italië wel”, vraagt Marije. Vader Niessink heeft zitten lezen in zijn boek, en probeert het uit te leggen. Dat komt omdat we in Nederland middenop een aardplaat wonen, en hier in Italië aan de rand. Dat verhaal klonk Marije bekend in de oren, alweer die aardplaat. "Is het dan zo dat aardbevingen EN vulkanen allebei aan de randen van de aardplaten voorkomen?", vroeg ze. Dat is nu precies wat ik bedoel, was het antwoord.


(Voor een groter plaatje, hier klikken!)

Opdracht 2. Welke woorden horen bij een vulkaanuitbarsting?
Omcirkel de goede woorden: Vuur, regen, Nederland, rook, rivier, lava, ijs, vulkaan, winkelen, trein, gevaarlijk, giftige gassen, brandweer.

Vader Niessink vertelt dat een vulkaanuitbarsting diep in de aarde begint. Daar is een soort voorraadkamer van magma, en het wordt er steeds warmer. Tenslotte is de druk hier zo groot, dat de magma door een kraterpijp door de aardkorst naar boven wordt geperst. (Kijk maar wat er gebeurd als je een "Coca Cola" fles flink laat schudden, en daarna opent.) De magma stroomt door de krater naar buiten. Zodra de gloeiende hete “stroop van vuur en stenen” naar buiten komt, noemen we het lava. Die lava stroomt naar beneden en koelt tenslotte af tot donkerrode of zwarte stenen. De plaats waar de lava naar buiten komt, noemen we een vulkaan.

Een vulkaan slingert vaak ook as en stenen de lucht in. En dit kan kilometers verder weer op de grond terecht komen. (Lavabom) Er kunnen ook giftige gassen uit een vulkaan ontsnappen. Een vulkaan die af en toe uitbarst noemen we een actieve vulkaan. Een vulkaan die lange tijd niet is uitgebarsten noemen we een slapende vulkaan. Een vulkaan die voor altijd is uitgedoofd noemen we een dode vulkaan. (Denk maar aan onze Zuidwalvulkaan.)

Opdracht 3. Maak je eigen "vulkaan"!
Je fietsband zit vol lucht, en hij heeft in de brandende zon gestaan. Je wilt een beetje lucht laten ontsnappen en draait het ventiel los, wat gebeurt er?
Stel je voor.. .je “fietsband” zit niet vol met lucht, maar vol met magma! De spanning wordt steeds hoger in de band, en je draait het ventiel los, wat gebeurt er nu?
Gefeliciteerd! Je hebt een vulkaan gemaakt, dat is eigenlijk een “lek” in de aardkorst.


(Voor een eruption van totaal andere aard, hier klikken)

Vader Niessink vertelt verder dat we niet overal op aarde vulkanen vinden. Vulkanen zijn te vinden op smalle stroken over de aarde verdeeld. Zo’n smalle strook noemen we ook wel een gordel. In de vorige cursus hadden we het over de aardplaten, het is geen toeval dat vulkanische gordels ook aan de randen van aardplaten liggen. Vooral daar waar breuken in de aardplaten te vinden zijn. Bij die breuken bewegen de aardplaten en ontstaan er soms “lekken” in de aardkorst! (We weten dat de aarde net als een appel een dunne schil heeft. Hij is daarom snel "lek")

1) Soms schuiven de aardplaten van elkaar af. Dan kan er een “lek” ontstaan! Als er een “lek” ontstaat vult het magma vult deze opening direct op. In sommige gevallen ontstaat er zo een nieuwe vulkaan. Overigens schuiven Amerika en Europa op deze manier per jaar zo’n 3 centimeter van elkaar af!
2) Soms “duikt” de ene aardplaat onder de andere. Door de hitte in de aardkern smelt de “wegduikende” aardplaat af. De hitte en spanning nemen daar dan toe, en magma wordt naar boven gepompt. Er kan zo dus een nieuwe vulkaan onstaan. Veel van deze vulkanen vinden we op de bodem van de zee.


(Voor een grotere plaat van een uitbarsting, hier klikken! Voor een overzicht van belangrijke vulkaanstroken, hier klikken...en hier klikken!)

Opdracht 4. Streep het foute antwoord door:
Vulkanen liggen in het midden/aan de randen van aardplaten.
Uitbarstingen ontstaan als de ene plaat onder de andere schuift/langs de andere schuurt.
Of ook als twee aardplaten/werelddelen uit elkaar drijven.
Bij een vulkaan uitbarsting komt de lava/het water door de krater/het epicentrum naar buiten.
De spanning binnenin de aarde werd te groot/heeft hier niets mee te maken.


(Even een dwarsdoorsnede van een vulkaan uitgehakt!)

Even herhalen: Vulkanen ontstaan dus door breuken in de aardkorst, losse platen kunnen daardoor bewegen. Als deze losse platen botsen of uit elkaar getrokken worden, ontsnapt vloeibaar gesteente (lava) uit het binnenste van de aarde op de plaats van de breuk. (Dat kan ook onderwater gebeuren). Die lava heeft overigens vaak een temperatuur van ongeveer 1100 geraden Celsius!

Opdracht 5. (Vul in: schuiven, magma, breuken, hoog, krater, onder, kraterpijp)
a Bij een vulkaan uitbarsting komt de .......... via de .......... en de .......... naar buiten. De spanning binnen in de aarde is dan te ..........
b Vulkanen liggen langs de .......... in de aardplaten.
c Uitbarstingen ontstaan als de aardplaten botsen en de ene plaat .......... de andere schuift, of als aardplaten uit elkaar of langs elkaar heenschuiven.

Weer even alles op een rijtje zetten: Vulkanen zien er vaak uit als flinke bergen. Soms stroomt er vuur of lava uit, met veel wolken daaromheen. Op de top van de berg is de krater en daar komt lava uit bij een uitbarsting. Dat is dan een werkende vulkaan. Maar vulkanen hoeven lang niet altijd mooie bergen te zijn. Ze kunnen er ook heel anders uitzien. Als gewone scheuren in de grond of als ronde meertjes met helder water.

Eigenlijk is een vulkaan alleen maar een gat of een scheur in de grond, waar gloeiend vloeibaar gesteente en gas uitkomt, dit vloeibare gesteente is lava. In de wolken die bij een vulkaanuitbarsting te zien zijn, zitten as en losse stenen die tot heel hoog in de lucht geschoten kunnen worden. Alle lava, as en stenen die uit een vulkaan komen liggen om het eigenlijke kratergat heen en stapelen steeds hoger op. Zo groeit na een tijd een echte berg omhoog. We delen vulkanen in drie soorten in: werkende vulkanen, slapende vulkanen en dode vulkanen.

Opdracht 6. Wat hoort bij elkaar. Verbind de juiste begrippen.

Vulkaan.
Top van de vulkaan.
Zuidwalvulkaan.
Uitbarsting.
Gat in de grond.
Gewone bergen.
Werkende vulkaan.
Slapende vulkaan.
Ongevaarlijk.
Gevaarlijk.
Krater.
Kan een vulkaan zijn.
Vesuvius.
Vloeibaar gesteente.
Lava.
Dode vulkaan.

Er bestaan verschillende soorten vulkanen, legt vader Niessink uit. De belangrijkste vier zijn:
1) Kegelvulkanen ontstaan als veelal kleine rotsblokken door de vulkanische opening worden uitgeworpen en zich daaromheen ophopen. Hierdoor ontstaat er een kegel met in het midden een krater.
2) Schildvulkanen zijn gevormd door soepel vloeiende lava, waardoor ze over een breed en langzaam verlopend profiel beschikken. Deze vulkanen zijn vaak al zeer oud en zijn het resultaat van vele uitbarstingen. De grootste vulkanen op aarde zijn van dit type.


(Een voorbeeld van een Stratovulkaan, voor een groter plaatje...hier klikken!)

3) Stratovulkanen zijn het tegenovergestelde van schildvulkanen omdat ze ontstaan uit zeer kleverige lava die hard wordt voordat het zich ver kan uitspreiden. Het gevolg hiervan is een vulkaan met steile wanden.
4) Het laatste type vulkanen vormen de Supervulkanen. Deze vulkanen zijn geen bergen, maar kloven of gaten in het terrein.


(Nog een aantal vulkaansoorten)

Opdracht 7. Wat kun je vertellen over vulkanen. Lees de tekst hierboven en zoek op internet naar de hierboven genoemde "vulkaantypes". schrijf hierna in de juiste kolom zoveel mogelijk gegevens over dat type vulkaan!

Kegelvulkanen
Schildvulkanen
Stratovulkanen
Supervulkanen

 

 

 

 

 

Je hebt in een vulkaan een magmakamer, hoofdkrater en verschillende zijkraters. Als de vulkaan niet actief is, zit er vaak een "stop" op de krater. Als de vulkaan actief gaat worden (omdat de opgebouwde spanning te hoog is), spuwt hij als eerste zijn stop eruit. Daarna volgt as, stoom en lava! Die lava stroomt dan als een rivier naar beneden. En als het tenslotte gaat afkoelen, wordt het een soort steen in zwarte of rode kleuren.

Opdracht 8. Download deze plaat en zet in de hokjes de juiste begrippen.
(Krater, magmakamer, afgekoelde lava, grote aswolk, kraterpijp, zijkrater, vruchtbare grond)

Een vernietigende vulkaanuitbarsting was de uitbarsting van de Mount St Helens van 18 mei 1980! Hierbij kwamen 57 personen kwamen om het leven en 200 huizen, 47 bruggen, 24 km spoorweg en 300 km weg werden vernield. De uitbarsting blies de top van de berg, waardoor berg 400 m lager werd. Tot kilometers in de omtrek zijn alle bomen die eromheen groeiden door de uitbarsting platgegooid, over een oppervlak van 600 km2. Voor een fotoserie van de uitbarsting (explosie) van deze berg, hier klikken!


(Het gebied rond de berg voor en na de uitbarsting)

Meest dodelijke vulkanen ter wereld.

1) Indonesië: Tambora 1815 ca.92.000 doden
2) Indonesië: Krakatau 1883 ca. 36.417 doden
3) Martinique: Mont Pelée 1902 ca. 29.025 doden
4) Colombia: Nevado de Ruiz 1985 ca. 25.000 doden
5) Japan: Unzen 1792 ca. 14.300 doden
6) IJsland: Laki 1783 ca. 9.350 doden
7) Indonesië: Kelut 1919 ca. 5.110 doden
8) Indonesië: Galunggung 1822 ca. 4.011 doden
9) Italië: Vesuvius 1631 ca. 3.500 doden
10) Italië: Vesuvius 79 ca. 3.360 doden

Stukje 2: Andere natuurkrachten?

Zijn er in Nederland andere natuurkrachten aan het werk? Wij hebben onze eigen natuurkrachten waar we ons tegen moeten wapenen. Water en wind zijn al eeuwen lang onze vrienden, maar ook onze vijanden gebleken! Toch verandert de aarde en dus ook Nederland als gevolg van heel andere natuurkrachten. Hierover gaat dit laatste stukje.


(Dit maken we in Nederland maar zelden mee. En zeker niet een paar tegelijk!)

Opdracht 9. Invuloefening.
a Kun je iets opnoemen uit de natuur dat in je omgeving verandert is?
b Wat denk je... heeft de natuur dit zelf verandert, of hebben mensen dit gedaan?
c Je kunt de natuurkrachten die de aarde veranderen in twee groepen verdelen: van buitenaf, en van binnenuit! Deel de volgende krachten in twee groepen: aardbevingen, gletsjers, hitte, kou, plantenwortels, regen/hagel/sneeuw, rivieren, vulkaanuitbarstingen en wind.

Van buitenaf.
Van binnenuit.

 

 

 

 


(Links plaatje1, midden plaatje2, en rechts plaatje3.)

Plaatje 1: a: Gesteente breekt door druk- en trekkrachten in de aarde.
Plaatje 2: a: Regenwater loopt in barsten. Daarin opgeloste stoffen lossen het gesteente op.
b: Water dat in barsten bevriest, zet uit en duwt het gesteente uit elkaar.
Plaatje 3: a: Gesteenten vallen uit elkaar.
b: Planten, (bodem)dieren, schimmels en bacteriën tasten het gesteente aan.
c: Planten drukken het gesteente met hun wortels uit elkaar.

Onze aardkorst heeft veel “te lijden” van hitte en kou. Ook wind, water en ijs vallen de aardkorst aan. Je kunt deze aanval verdelen in vier verschillende fasen!
A) Door de hitte zet het gesteente uit, en bij afkoeling krimpt het weer. Veel gesteente kan hier tenslotte niet tegen. Er springen stukken af, of er ontstaan spleten in het gesteente. Water kan in spleten doordringen, en bij bevriezing zet het uit waardoor de spleten nog groter worden. We noemen dit proces “verwering” (Het wordt gedaan door het weer)

B) Het puin (groot of klein) dat van het gesteente komt, blijft vaak niet liggen. Wind, gletsjers of stromend water (rivieren) nemen het puin mee van hoge naar lage gebieden. Grote gletsjers of snel stromende bergrivieren kunnen natuurlijk grotere puinstukken meenemen. We noemen dit proces “transport” (Meenemen, of vervoeren)


(Voorbeeld van extreme erosie in de "Grand Canyon".)

C) Tijdens dat transport wordt natuurlijk een hoop puin afgeschuurd, zeg maar “afgeslepen”. Een rivier kan bijvoorbeeld zijn eigen bedding steeds dieper uitslijpen. Dat slijpen (door water, ijs en wind) noemen we “erosie”.

D) In vlakke gebieden (bijvoorbeeld Nederland) stromen rivieren niet meer zo snel. Het water wordt rustig en het meegevoerde afgeslepen puin zakt naar beneden. (bijvoorbeeld grint in de Maas in Limburg) Ook andere natuurkrachten leggen op een bepaald moment het meegenomen puin neer. Dit proces noemen we “sedimentatie” (neerleggen of afzetten)


(Eerst goed lezen, dan nadenken, en daarna invullen!)

Opdracht 10. Lees de tekst hierboven en vul de juiste woorden in.
Bergen worden vaak steeds ………. Als het vriest ……….. het gesteente, maar bij hoge temperaturen ………. Het. Door dit krimpen en uitzetten komen er ………. in het gesteente. Plantenwortels en het proces van ………. en dooien maken de scheuren groter. Tenslotte valt het ………. uit elkaar. Dit uit elkaar vallen noemen we ………. Het puin rolt vaak de helling ………. en blijft onderaan liggen. Deze puinhoop noemen we de puinkegel. Wind, maar vooral rivieren en ………. nemen het verweerde ………. uit de bergen mee. Dit proces noemen we ………. Tenslotte laten wind, ………. en gletsjers de keien, het grint of het zand ergens achter. Dat proces noemen we ………. Tijdens het “vervoer” werkt het puin als schuurpapier. Zo ontstonden er dalen in de bergen. Dit uitschuren door keien, ………. en zand noemen we ……….

Door verwering ligt er op de berghelling een dunne losse bovenlaag op de harde ondergrond. Die bovenlaag is de bodem waarin planten groeien. Soms kan zo’n bovenlaag ineens van de helling naar beneden glijden zoals vorig jaar in Ecuador. Dat van de helling afglijden (of afspoelen) noemen we een aardverschuiving. De grond die naar beneden komt kan dorpen of steden bedekken, rivieren verstoppen (met alle gevolgen) en landschappen vernielen. Niet ieder landschap kent aardverschuivingen. Je krijgt ze alleen als er een losse bovenlaag op een harde ondergrond rust. Er moet ook een helling zijn. Hoe steiler de berghelling, hoe groter de kans op een aardverschuiving.

Opdracht 11. Probleem & oplossing.
Lees het stukje hierboven:
1) Wat is nu eigenlijk het grote probleem dat hierin beschreven wordt?
2) Waarom zouden mensen begroeiing van een helling weghalen?
2) Bedenk een oplossing voor dit probleem.

Opdracht 12. Aardverschuivingen kunnen door verschillende redenen ontstaan. Bedenk hoe de volgende redenen een aardverschuiving kunnen veroorzaken:
1) Aardbevingen:
2) Regenval:
3) Landbouw op berghellingen:
4) Bossen kappen op berghellingen:

Samenvatting:
Gebergten worden afgebroken door verwering en erosie. Wind, water en gletsjers zetten zand grint en klei ergens anders af. Aardverschuivingen ontstaan op berghellingen met een losse verweringslaag. Aardbevingen, zware regenval, landbouw en boskap maken de kans op aardverschuivingen groter.

Lestip: gebruik bij de lessen over dit onderwerp de film "Dantes Peak" of (minder geschikt) "Vulcano". Laat de leerlingen hierbij ook de filmwijzer invullen zoals hij hier is te downloaden! Laat de leerlingen verder de volgende vragen beantwoorden:

1) Waar speelt deze film zich af?
2) Ligt deze plek op een "breuklijn"?
3) Wat zou in de film wel kunnen, en wat is absoluut verzonnen?
4) Waaraan herken je in de film een vulkaanuitbarsting?
5) Welke fases van de uitbarsting zie je?
6) Welke reacties van de mensen zie je?
7) Wat is het verhaal van de film?
(Voor een complete vragenlijst met filmwijzer...hier klikken!)

Websites over vulkanen:

1) Een digitale les over vulkanen.
2) Spaceship Earth.
3) Een wereld van vulkanen.
4) Webquest: vulkanen.
5) Vulkanen 1.
6) Vulkanen 2.
7) Vulkanen 3.
8) Vulkanen 4.
9) Vulkanen 5.
10) Werkstuk 1.
11) Werkstuk 2.
12) Werkstuk 3.
13) Natural disasters (Engels).

In overleg met je docent mag je zelf ook een "homepage of website" opzetten over aardbevingen of vulkanen. (Of over natuurkrachten) Dit is dan voor een extra cijfer! Er wordt gekeken naar: de tijd die je erin steekt. Naar de inhoud (informatie), en de vormgeving (is het een mooie site). En er wordt op je taalgebruik gelet! Succes!


(Een gloedwolk of pyroclastische stroom)