


Vakantie vieren.
De laatste cursus (blz 21 t/m 25) gaat over vakantie vieren! Maak de opdrachten van blz 21 t/m 24, en begin dan met deeltaak 4: "maak een reisfolder over Pompeii". Bij de docenten zijn "stapels" reisgidsen te vinden over Italië, gebruik ze! Of kijk anders op de websites over vakanties in Italië, of vakanties bij Pompeii! Vergeet hierna niet de ICT opdrachten (blz 26 & 27), de topografische opdrachten over Europa (blz 28 & 29), en test jezelf met de toets op blz 30 & 31! Lever de toets in bij de docent en maak afspraken over je reisfolder. (Heb je de "spreekbeurt" en het "werkstuk" al klaar? Informatie over een werkstuk of spreekbeurt over Italië kun je hier vinden.)

Hieronder weer extra informatie voor KB/GL klassen, met extra opdrachten. In deze informatie zal ook weer economie voorkomen. Daar had de familie Niessink namelijk ook last mee! Veel succes.

Dit hoofdstuk gaat over vrije tijd, vakantie, reizen en avontuur. Aan dingen in het landschap kunnen we zien dat er in ons land toerisme en recreatie voorkomen. Bijvoorbeeld door onze Dordtse sportclubs, door uitgaanscentra als "Amigo's" of "The blue Lagoon" (in Zwijndrecht), door campings als "De Bruggehof", etc.

Opdracht 1. Zoek uit.
| Recreatie voorziening. | Hoe vaak aanwezig binnen een straal van 2 km rond de school? |
| Bibliotheek. | |
| Museum. | |
| Discotheek. |
|
| Zwembad. | |
| Sporthal. | |
| Sportvelden complex. | |
| Theater of bioscoop. | |
| Hotel. | |
| Restaurant. | |
| Camping. | |
| Anders, namelijk |
In Nederland zien we recreatie & toerisme voorkomen bij musea, de bloembollenvelden, de waddeneilanden, onze stranden, de Veluwe & Limburg, etc.

In het buitenland zien we dit in Europa (Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland, de wintersportlanden), de VS (De nationale parken, Disneyland, etc), en in Azië.

Vrije tijd, recreatie en toerisme zijn in onze 21e eeuw steeds belangrijker geworden. Pas in de zestiger jaren ging "de gewone man" zo nu en dan op vakantie. En dan alleen in eigen land. Nu vliegen we rustig voor een weekend naar Parijs of Rome.

We gaan in dit hoofdstuk een antwoord
zoeken op de volgende vragen:
1) Wat is vrije tijd, en hoe besteden we die?
2) Waar gaan we naar toe met vakantie?
3) En waarom gaan we juist naar dat plekje of dat land?
4) Heeft toerisme iets te maken met geld verdienen?
5) Wat zijn andere voorwaarden voor toerisme?

(Toerisme in Italië. Klik voor een "begrippenlijst"
over toerisme op
deze link!)
Opdracht 2. Lees de vijf vragen en bedenk
zelf antwoorden. Overleg de antwoorden met de groep waar je in zit. Probeer
vijf "groepsantwoorden" te krijgen!
1) Hoeveel "vrije tijd" heb jij? En wat doe je in die "vrije
tijd"?
2) Waar ga je heen op vakantie?
3) En waarom ga je juist naar dat land of dat plekje?
4) Hoeveel geld geef jij (dus niet je ouders) gemiddeld uit in de vakantie.
(En waar geef je dat geld aan uit)
5) Wat verwacht je van je "vakantieadres". Wat moet je er allemaal
kunnen doen?

Een wereldreis zal je waarschijnlijk niet zomaar maken, meestal gebeurd dat na het winnen van een quiz of prijsvraag. (Zoals de familie Niessink de reis naar Italië won) Maar vergeleken met vroeger hebben we nu wel steeds meer vrije tijd gekregen. In een groot deel van deze vrije tijd doen we gewoon dingen voor ons plezier. (sporten, fitness, uitstapjes, etc) Dat noemen we recreatie.

(De toeristencentra van Nederland)
Waar (en hoe) brengen we onze vrije tijd door? Meestal in en rond ons eigen huis! (Op de bank met een zak chips TV kijken?) Als we bij vrije tijd (recreatie) ook reizen (bijvoorbeeld naar de Efteling), noemen we dat toerisme.

Brengen we onze vrije tijd binnen door (disco, musea, sportcentra, zwembad, etc), dan noemen we dat binnenrecreatie. Gaan we echter naar buiten (bloembollen velden, Archeon, dierentuin, pretparken), dan heet dat openlucht recreatie.

Opdracht 3. Vrije tijd
of?
1) Televisie kijken doe je vooral.......
2) Als je thuis (in de vakantie) voor de tv hangt, ben je wel/geen
toerist.
3) Als je in (in de vakantie) Frankrijk op de camping voor de tv hangt, ben
je wel/geen toerist.
4) Als je in je les-werktijd/je vrije tijd voor
je plezier bezig bent, noem de dat recreatie.

5) Aan welke vormen van
recreatie doe jij wel eens, kies uit de mogelijkheden:
O Kamperen in Nederland.
O Kamperen in het buitenland.
O Dagje naar pretpark of dierentuin.
O Fietsen, wandelen, zwemmen in de zee, vissen of varen.
O Bezoek aan een (andere) stad.
O Bezoek aan kastelen of oude dorpjes.
O Wintersport.
O Iets anders, namelijk............
6) Wat valt je op als je de lijst hierboven bekijkt? De activiteiten vinden
allemaal binnen/buiten plaats. Als mensen zich
binnen/buiten ontspannen noemen we dat .........................-recreatie.
Je spreekt van binnenrecreatie als mensen zich ....... ontspannen.

(Een voorbeeld van binnenrecreatie.)
De familie Niessink is echt zo’n gezin dat altijd bezig is. Ook in hun vrije tijd. Jasper en Marije zitten allebei op een sport. En vader en moeder Niessink gaan meestal wandelen in de natuur. Ze doen dus aan recreatie. In de zomervakantie zijn ze alle vier minstens twee weken tegelijk vrij. Meestal gaan ze dan ook ergens naar toe, op reis of zo. Ze zijn dan toerist.

(Als toerist naar Napels)
Opdracht 4. Gebruik de volgende woorden:
vrije tijd, recreatie, etc uit de leerstof hierboven
Jasper is een uur eerder uit. Hij gaat lekker zwemmen en dat noemen we ……….
Vader Niessink zit op zaterdagmorgen koffie te drinken, lekker in zijn ……….
Marije is al 14 dagen vrij dat kan bij haar alleen in de ……….
Moeder Niessink kijkt op haar gemak in Pompeï rond ……….

(Moeder Niessink is dol op winkelen...helaas is er van de winkelstraat in Pompeii
niet veel over!)
Nederland is een van de rijke landen waar welvaart en de hoeveelheid vrije tijd enorm is toegenomen, Daardoor is ook de recreatie en het toerisme sterk toegenomen!

(Zwemmen in Italië?)
Sommige mensen gaan in hun vrije tijd één dagje weg, naar het strand of een pretpark. Dat noemen we dagtoerisme.

Pas wanneer je minstens één nacht niet thuis slaapt (paar dagen Disneyland Parijs) noemen we dat vakantietoerisme.

Bij een korte vakantie slaap je 1, 2 of 3 nachten niet in je eigen woning. Als dit dan ook nog in het weekend valt (lang weekend naar Centerparcs), noemen we dat weekendtoerisme.

Bij een lange vakantie slaap je minstens vier achtereenvolgende nachten niet thuis. (3 weken Italië, 1 week wintersport in Oostenrijk) Dat noemen we gewoon vakantie.

Opdracht 5. Recreatie vormen.
1) Noem de verschillende vormen van recreatie op zoals ze hierboven genoemd
worden.
2) Op welke manier ben jij wel eens "weg geweest"?

(Wat dacht je van een dagje naar Valkenburg. Lekker winkelen,
de grotten bekijken, het pretpark bezoeken, en een restauranteje "pikken".)
Waarop let je als je een vakantie uitkiest?
Ga je in je vakantie luieren of juist gezellige dingen doen? In deze vakantie hadden de Niessinks onderling wel wat problemen. Vader wil liever niet teveel doen. En Italië is tenslotte het land van pizza’s, ijs en pasta dacht hij. Marije zou eigenlijk het liefst de hele dag op het strand willen liggen. Die twee houden veel van een luie vakantie. Maar moeder Niessink wil altijd wel wandelen. Het maakt haar niet uit of dat in de natuur of in de stad is. Als ze maar veel nieuwe dingen ziet. Jasper gaat graag kijken bij bezienswaardigheden. Zij houden dus meer van een doevakantie. Dat hadden ze beter thuis eerst kunnen afspreken…wat zijn je vakantiewensen.

(Vader Niessink wist niet dat Italiaans eten meer is dan alleen pizza's, ijs
en pasta!)
Bij vakantie denk je aan opwinding, op reis gaan, vrij zijn, andere talen horen, of buiten Europa weer eens met vreemd geld betalen. Wij, inwoners van Nederland, kunnen dat weten. We zijn ervaren globetrotters (wereldreizigers), we gaan vaker op vakantie dan onze mede-Europeanen! En we gaan ook steeds vaker naar het buitenland.

Niet iedereen bereidt zich goed voor
op zijn vakantie. En eenmaal ver van huis doen we soms de raarste dingen. Enkele
voorbeelden:
• We boeken een goedkope hotelkamer
in een gevaarlijke binnenstad waar geen verstandig mens zich ‘s avonds
laat vertoont. Met veel lawaai gaan we op zoek naar “een tentje”
om te eten en een kroeg om lekker door te zakken. Onze avond (en vakantie) eindigt
in een donkere steeg waar we met het mes op de keel al onze bezittingen moeten
afgeven.

• Op een klautertocht in de Pyreneeën bezwijken we met rugzak en al. Dat komt doordat we de afgelopen elf maanden hier totaal niet op getraind hebben.

• Tijdens een exotische reis door Mexico brengen we een week op de wc door met buikkramp. Hadden we toch maar niet dat glaasje vers vruchtensap met ijsklontjes besteld.

Of al dit allemaal nog niet genoeg is, zoeken we steeds vaker het avontuur: bijvoorbeeld jetskiën, bungee-jumpen, een ballonvaart maken, kajakken of mountainbiken. Je moet immers wat te vertellen hebben als je thuiskomt!

(Met een ballon over de Italiaanse dorpjes, dubbel plezier dus!)
Opdracht 6. Overleg in de groep.
Bedenk een aantal avontuurlijke vakantievormen.
Wat voor "avontuurlijks" heb jij wel eens in je vakantie gedaan?

Als we een vakantieland kiezen, zijn er meestal drie dingen erg belangrijk: de ligging van ons vakantieland, de afstand die we moeten reizen en de prijzen.

(De bay of Napels! Voor een kaart van de omgeving...hier
klikken. Voor een echte oude kaart van deze omgeving...hier
klikken!)
• De ligging van ons vakantieland. Ligt het vakantiegebied aan zee of in de bergen? Hoe is het klimaat? Bij vliegvakanties kiezen we meestal voor zon, zee en strand.

(Een van de stranden vlakbij Napels)
• De afstand. We willen eigenlijk binnen één dag ons reisdoel bereiken. Toch gaan we steeds vaker verder weg. Dat kan door betere verbindingen, snellere vliegtuigen (treinen) en meer geld voor vakanties. Meestal geldt: hoe groter de afstand, hoe hoger de reiskosten.

(Voor een luxe reis kiezen veel mensen
voor een cruise-schip. De Constellation komt hier aan in de haven van Napels.)
• De prijzen. Niet alleen de reiskosten zijn belangrijk. Ook de prijzen in een land zelf spelen een rol. In landen die armer zijn dan Nederland (Uganda) kunnen we voor ons gevoel goedkoop op vakantie. Maar je hebt ook landen die in vergelijking met Nederland duur zijn. (Zwitserland)

(Zwitserland: prachtige natuur... maar wel een duur land)
Bij reizen leg je afstanden af. Meestal
geldt de regel: hoe verder, hoe duurder. Maar een plaats dichtbij bereik je
niet altijd goedkoper, sneller, gemakkelijker of veiliger dan een plaats verder
weg. Drie voorbeelden:
• Je wilt van A naar B maar er zijn geen (goede) verbindingen. (Vaak in
Oost-Europa)

(En gaan...met die nieuwe wagen!)
• Het reizen wordt moeilijk gemaakt doordat er een hindernis op de route ligt: een berg, een zee of een meer. (Denk bijvoorbeeld aan de verbindingen met Engeland)

(Spektaculair dat varen met een hovercraf! Helaas
zijn ze op de "lijn" Dover-Calais uit de vaart genomen. De concurrentie
van de tunnel onder het kanaal was te groot!)
• Door ruzie of oorlog kun je niet door of naar een gebied reizen. (Reizen door het Midden-oosten of de "Balkanlanden" is niet altijd zonder gevaar)

Opdracht 7. Kruis de goede
antwoorden aan.
O Bij vakantie speelt afstand geen enkele rol.
O Bij afstand let je alleen op kilometers, niet op tijd en kosten.
O Meestal geldt: hoe verder weg, hoe duurder de vliegreis.
O Als de brandstofprijzen dalen, wil de toerist eerder verder reizen.
O Hongarije is een arm land, het zal daarom wel een duur vakantieland zijn.
O Verblijfskosten in arme landen zijn meestal lager dan in rijke landen.
Extra opdracht voor de
liefhebbers. (Werk met een groepje uit dezelfde woonplaats)
Zoek op internet of ga naar het stadskantoor of de VVV.
| 1) Onze woonplaats is: Dordrecht/Zwijndrecht/'s
Gravendeel/Anders, namelijk... 2) Er komen jaarlijks heel veel toeristen: a) Dat is waar, want... b) Dat is niet waar, want... 3) Die toeristen komen vooral uit: a) De eigen omgeving. b) Andere delen van Nederland. c) België. Luxemburg of Duitsland. d) Andere landen van Europa. e) Landen van buiten Europa. 4) Hoeveel campings zijn er in je woonplaats. 5) Waar kun je in je woonplaats "iets doen". (surfen, natuur, etc) 6) Zijn er in je woonplaats goede verbindingen. (Bus, trein, taxi, fietspaden, skate-paden) 7) Hoe zijn de prijzen in je woonplaats? (musea, campings, restaurants, etc) Verdeel de taken en doe je best! |

(Dordrecht werkt aan het "binnenhalen"
van toeristen blijkt uit deze foto. Wil je het krantenartikel ook lezen...klik
dan hier. Wil je weten waarom Dordrecht eigenlijk een prachtstad is...dan
is hier een voorbeeld!)
Waaraan herken je vakantiegebieden?
Op het televisiejournaal zie je soms ramptoeristen. (Enschede!) Ze waren er bijvoorbeeld toen het water in de Maas en Rijn zo hoog kwam te staan dat hele dorpen en landerijen in Limburg onder water liepen.

Ramptoeristen herken je aan hun gedrag. Ze rijden met hoge snelheid achter politiewagens, brandweerauto’s en ambulances aan. Ze veroorzaken opstoppingen in het verkeer bij de Hollandse dijken zodat reddingsploegen te laat komen en er weer een Maasdorp onder water kan lopen.

(Een overstroming van de Maas)
Ze zijn er als de kippen bij als er ergens een hongersnood, bomaanslag, aardbeving of vulkaanuitbarsting te bekijken valt. (Dat laatste valt in Nederland gelukkig wel mee, maar denk eens aan de “kijkers” die een file veroorzaken door langzaam te rijden om het ongeluk op de andere weghelft goed te kunnen zien.) Maar waaraan herkennen we nu vakantiegebieden?

Opdracht 8. Groepsvraag.
Bedenk een "ramp' in de wereld waarbij veel "ramptoeristen" kwamen
kijken.
Zou je in Dordrecht ook een ramp kunnen meemaken, zo ja welke?

(Hotel van de familie Niessink in Napels)
Uit cursus 1 weten we dat de familie Niessink een reis had gewonnen, ze mochten drie weken naar een vakantieland in Europa. Ze mochten zelf kiezen waar ze naar toe gingen. Ze hielden van avontuur, zon, strand, lekker eten, mooie natuur, oude gebouwen, gezellig winkelen, etc. Na lang nadenken kozen ze voor een vakantie in Italië. En omdat ze graag Pompeii en de Vesuvius wilden bezoeken, zochten ze een leuk hotel in Napels. Zij wisten precies uit welke vakantiegebieden ze konden kiezen.
Laten we daarom eens kijken naar de wensen van de gemiddelde toerist.

Je bekijkt twee vragen:
• Wat doen toeristen het liefst tijdens hun vakanties?
• Wat verwacht een toerist van een vakantiegebied?Als
je beide vragen beantwoord hebt, weet je wat veel gekozen toeristengebieden
wel hebben, wat andere gebieden niet hebben.

Niet elk land of gebied
is even geschikt voor ons als toeristen. Wat verwachten wij vaak van een vakantiegebied?
We verwachten pluspunten zoals:
• Een fijn klimaat, zee en strand.

(Een baai ergens in Italië)
• Voldoende slaapplaatsen, bijvoorbeeld hotels en campings.
(Hotel in Italië ergens aan de kustlijn)
• Een mooi landschap. Bijvoorbeeld mooie kusten, prachtige dorpjes of bosrijke bergen met rivieren en watervallen.

(Een prachtige Italiaanse vallei. Voor een grotere versie
van deze foto...hier klikken)
• Een gastvrije bevolking die anders is dan wat we in ons eigen Dordrecht meemaken.

• Een rijke cultuur. Bijvoorbeeld muziek, dans, klederdrachten, kunst, oude kerken en kastelen;

• Goede verbindingen om ons op de plaats van bestemming te laten komen. Landwegen (auto en trein), waterwegen (boot) en luchtwegen (vliegtuig).

• Alle verbindingen samen noem je ook wel infrastructuur. Dat zijn niet alleen bovengrondse verbindingen zoals autowegen, kanalen, bevaarbare rivieren, zeehavens en luchthavens. Ook ondergrondse verbindingen behoren tot de infrastructuur van een gebied. Bijvoorbeeld de kabels voor telefoon, fax, televisie, internet en leidingen voor water, gas, elektriciteit en riool.

• Goede voorzieningen voor toeristen. Bijvoorbeeld banken, restaurants, cafés, postkantoren, apotheken, winkels, zwembaden, sportterreinen en pretparken.

Opdracht 9. Vul in, pluspunten of minpunten.
| Dingen in een vakantiegebied. | Is het een plus of minpunt? |
| Veel en ook goede wegen. | |
| Wel veel taxi's, maar geen bussen. | |
| Mooie maar dure hotels. | |
| Oude sfeervolle binnenstad. | |
| Volop eethuisjes, terasjes en musea. | |
| Ruime keuze aan campings. | |
| Door mensen volgebouwd landschap. (veel hotels bij zee) | |
| Vriendelijke en gastvrije bevolking. | |
| Andere gewoonten, kleding en geloof. | |
| Schoon zwemwater. | |
| Rotskust, zonder strand. | |
| Stromingen en hoge golven. | |
| Ongerepte natuur. | |
| Veel regen in de zomer. | |
| Veel industrie dichbij de vakantieplek. |

(Uitzicht over Italië vanaf een camping op
een heuvel.)
De familie Niessink is nu op vakantie in Italië. Ze hebben een vakantiehuisje in de buurt van Napels. In deze omgeving is veel te doen. Ze hebben de Vesuvius beklommen en Pompeii gezien. Verder hebben ze lekker op het strand gelegen. Ook hebben ze verschillende terrasjes in Napels bezocht. De omgeving van Napels is voor hen een perfect vakantiegebied. Toeristen als de familie Niessink gaan hier graag op vakantie.

Opdracht 10. Nederlanders op vakantie.
1) Wt zijn de drie grootste wensen van Nederlanders op vakantie?
2) Wat vindt jij het belangrijkste op vakantie?
Een gebied met veel pluspunten werkt als een magneet. Daardoor kan het gebied zich ontwikkelen tot een echt toeristencentrum. Gebieden met vooral minpunten trekken weinig toeristen. Toeristen gaan liever niet naar gebieden met natuurrampen, oorlogen, stakingen of milieuvervuiling.

Opdracht
11: smaken verschillen…dat blijkt ook uit de vakantieplannen van
John, Rob, Carla, Ine, Susan en Frans. Bekijk de plaatjes en maak de volgende
opdracht.
Er is iets verkeerd gegaan, de vakantiegangers zitten
in de verkeerde omgeving. Waar zouden ze eigenlijk moeten zitten?
| Naam. | Zit nu in plaatje? | Moet eigenlijk naar plaatje? |
| John | ||
| Rob | ||
| Carla | ||
| Ine | ||
| Susan | ||
| Frans |





Een extra (individuele) opdracht. De eigen
omgeving.
a) Noem een pluspunt voor het toerisme in je eigen woonplaats.
b) Noem een minpunt voor toerisme in je eigen woonplaats.
c) Zou jij er een voorstander van zijn als jouw woonplaats zo proberen zoveel
mogelijk toeristen te trekken? Leg je antwoord uit...
Waar liggen de belangrijkste vakantiegebieden?

De familie Nissink heeft thuis zitten overleggen. Wordt het Frankrijk, Portugal, Spanje, Italië of toch Griekenland. Of misschien één van de eilanden in de Middellandse zee zoals Kreta. Na lang overleg gaf het bezoeken van de Vesuvius de doorslag…het werd Italië!

Voor reisorganisaties is het belangrijk om te weten wat de toerist graag zou willen. Waar willen we naar toe, wat willen we doen, welke zaken moeten er aanwezig zijn, en (heel belangrijk) wat willen we er aan uitgeven. De meeste reisorganisaties laten de volgende vragen uitzoeken (Geef meteen zelf maar de antwoorden):

Opdracht 11. Overleg met
elkaar en schrijf een antwoord op:
• Wat zijn de belangrijkste vakantieprovincies in Nederland?
• Wat zijn de belangrijkste vakantiegebieden in Europa?
• Waar willen mensen graag naar toe als ze verder gaan dan Europa?
• Waar gaan Nederlanders in de zomer vooral naar toe?
• Waar gaan Nederlanders in de winter vooral naar toe?
• Wat is in Nederland aantrekkelijk voor buitenlanders, en wanneer?
• Hoeveel wil een toerist voor zijn/haar vakantie uitgeven?

Hierna kunnen ze een folder maken (Nederlands of internationaal) met een antwoord op de belangrijkste vraag: Welke Nederlandse en Europese (kust) gebieden moeten er in de folder van een reisbureau opgenomen worden.

( De vakantie...eh...man??)
Eigenlijk is deze vraag de “hoofdvraag” die we alleen kunnen beantwoorden door de 7 bovenstaande “deelvragen” op te zoeken. Dat gebeurd altijd op de onderstaande manier. Zo moet jij eigenlijk ook altijd je vragen beantwoorden. Het is de zogenaamde ABC methode! A = Aanvang, wat is de vraag, hoe ga ik beginnen. B = Bewerken, verzamel zoveel mogelijk informatie en probeer een antwoord te geven. C = Controleer je antwoord of je het allemaal goed hebt gedaan.

Voor je eigen reisfolder
zou je de volgende hoofdvraag kunnen uitzoeken:
"Waarom gaan mensen op vakantie naar Pompeii?" De deelvragen zouden
kunnen zijn:
• Wat zijn de belangrijkste "vakantietrekkers" in Italië?
• Wat zijn de belangrijkste vakantieplekken in de buurt van Pompeii?
• Waar willen mensen graag zien/doen als ze hier vakantie houden?
• Waar gaan Nederlanders in de zomer in Italië vooral naar toe?
• Waar gaan Nederlanders in de winter in Italië vooral naar toe?
• Wat is in Italië aantrekkelijk voor buitenlanders, en waarom?
• Hoeveel wil een toerist in Italië voor zijn/haar vakantie uitgeven?
(Als je deze vragen kunt beantwoorden, ben je in staat om een goede reisfolder
te maken)
(Zonsondergang in Napels)
Het ene land of gebied is voor toeristen aantrekkelijker om op vakantie te gaan dan het andere. Daarom vinden we vakantiegebieden kriskras over de gehele aardbol verspreid.

Als we goed kijken kunnen we drie verschillende soorten toerisme zien:

1) Het binnenlands(e) toerisme: toerisme van mensen in hun eigen land. (in ons geval Nederlanders in Nederland)

2) Het uitgaand(e) toerisme: toerisme van mensen naar het buitenland (Nederlanders naar onder andere Italië), ook wel buitenlands toerisme genoemd.

3) Het inkomend(e) toerisme: toeristen die vanuit het buitenland Nederland bezoeken.

Overigens vermaken de buitenlanders zich vaak prima over onze eigenaardigheden. De Nederlandse kaasmeisjes, de bollen, etc. Ze vermengen dit met ons milde "drugsbeleid", onze milieuproblemen, en ze hebben dan plezier voor tien!

(Duitse spotprent over Nederland. Wil je een grotere
versie bekijken, klik
dan hier!)
Opdracht 12. Toerisme.
1) Noem een voorbeeld van binnenlands toerisme. (dus mensen gaan van ... naar
...)
2) Noem een voorbeeld van uitgaand toerisme. (mag je eigen vakantie zijn)
3) Noem een voorbeeld van inkomend toerisme.
Vakantiegebieden in Nederland (binnenlands
& inkomend toerisme).
De belangrijkste toeristengebieden
in ons land zijn: de badplaatsen aan de Noordzee, de Veluwe en de Veluwerand,
andere gebieden met veel bossen in Limburg, Noord-Brabant en Drenthe!

Nummer 1 voor het binnenlands toerisme is de provincie Gelderland, met z'n dorpjes, bossen lekker eten en gezelligheid.

Voor het inkomend toerisme is Noord-Holland (de kust & Amsterdam) nummer 1!

Vakantiegebieden buiten Nederland (uitgaand
toerisme).
Op de plaatjes zie je de belangrijkste Europese vakantiegebieden, zowel voor
de winter als de zomervakanties. Frankrijk is al jaren het meest in trek bij
de Nederlanders. Dat land is goed voor ongeveer 20% van alle vakanties. Dan
volgen Spanje, Duitsland, Oostenrijk (dit land vooral de wintervakanties) en
Italië. Maar op dit moment wordt voor Nederlanders Turkije een belangrijk
vakantieland. Ongeveer 1 op de 10 vakanties gaat naar een gebied buiten Europa.
En het toerisme naar derde wereld landen (natuur, avontuur, goedkoop) neemt
flink toe!

Van alle Nederlanders gaan er jaarlijks 80% op vakantie! Dat zijn ongeveer 13 miljoen Nederlanders. Gemiddeld houden Nederlanders 1.2 x per jaar vakanties, en ze gaan (ongeveer) 2x per jaar op vakantie als je de korte vakanties ook meetelt. Slechts 20% van de vakantiegangers gaat alleen in Nederland op vakantie. De rest gaat minimaal 1x per jaar de grens over voor een vakantie.
Opdracht 13. Waar naar toe.
1) Waar gaan de meeste Nederlanders naar toe in Nederland zelf.
2) Waar gaan de meeste Nederlanders naar toe buiten Nederland.
3) Waar ben je zelf wel eens naar toe geweest?
4) Waar zou je graag nog een keer naar toe willen gaan?

Wat levert toerisme op?

De familie Niessink kreeg niet alleen een reis van drie weken, ze kregen ook nog “zakgeld” van 1000,= euro mee. Dat werd natuurlijk allemaal in de vakantie uitgegeven. Daarnaast namen ze ook nog eigen geld mee, voor…je kan niet weten?

Er wordt steeds meer geld uitgegeven en verdiend aan toerisme. En ook Nederlanders geven steeds meer uit aan vakanties. (Tijdens vakanties in het buitenland geeft de gemiddelde Nederlandse toerist ongeveer € 50,- per dag uit. Terwijl de buitenlandse toerist in Nederland ongeveer € 75,- per dag uitgeeft!)

Opdracht 14. Geld uitgeven.
Nederlanders geven minder geld uit in het buitenland dan buitenlanders in Nederland.
Welke verklaring is de beste?
O Nederlanders zijn armer.
O Nederland is voor buitenlanders een duur vakantieland.
O Nederlanders kamperen meer, buitenlanders gaan vaak naar een hotel/vakantiehuisje.
O Nederlanders zijn veel zuiniger dan buitenlanders
O Nederlanders gaan vooral naar goedkope vakantielanden.
O Nederlanders nemen meestal hun eigen eten mee!
Wat levert toerisme eigenlijk op? Eerst
maar de voordelen:
1) Groei van de welvaart.
2) Werkgelegenheid.
3) Meer kennis van en begrip voor andere landen en hun bevolking.
4) Ontspanning.


Maar aan toerisme zitten natuurlijk
ook nadelen (kijk naar het "beeldverhaal" hierboven), hier volgen
een paar nadelen:
1) Welvaartsverschillen tussen gebieden in een land. Vooral in arme landen zie
je dat toeristenstreken aan de kust de jonge arbeidskrachten uit het binnenland
weglokken.
2) Seizoenwerkloosheid. Als na het hoogseizoen de toeristen weg zijn, is er
voor veel mensen geen werk meer.
3) Botsing tussen culturen. Bijvoorbeeld topless zonnen in landen waar de vrouwen
zelfs hun gezicht bedekken. De eigen cultuur kan verdrongen worden door de cultuur
van de bezoekers. Ook in de armste landen vind je tegenwoordig cola en hamburgers.
4) Aantasting van landschap en natuur.
5) Verkeersproblemen.

Opdracht 15. Voordelen en nadelen.
Bedenk een voordeel en een nadeel van het toerisme in Nederland. (denk aan drukte,
arbeidsplaatsen, nieuwe wegen, natuurbescherming, etc)
Bedenk een voordeel en een nadeel van toerisme in een arm land als Oeganda.
(denk aan de economie, ontwikkelingshulp, levensstandaard, verdwijnen van natuur,
milieuvervuiling, etc)
Toerisme en recreatie zijn sterk gegroeid
door meer vrije tijd, welvaart en mobiliteit. Mobiliteit is het gemak waarmee
wij ons verplaatsen. De mobiliteit neemt toe door:
A) De technische vooruitgang. Vervoermiddelen warden steeds sneller.

B) Meer welvaart. De mensen hebben meer
geld. Er komen steeds meer auto’s. Meer mensen kunnen het vliegtuig betalen.
C) Betere verbindingen. Door bijvoorbeeld nieuwe wegen, tunnels en vliegvelden
zijn gebieden gemakkelijker te bereiken.

(Het maken van een nieuwe tunnel)
Als je gemakkelijker naar een bestemming kunt reizen, zeg je ook wel: de bereikbaarheid van het gebied is verbeterd. Voorbeeld in Nederland: de dijk Lelystad-Enkhuizen.

Voorbeeld in Europa: tunnel tussen Frankrijk en Engeland. Voorbeeld buiten Europa: veel nieuwe luchtverbindingen en nieuwe vliegvelden.

Is massatoerisme wel zo leuk?
Er was wel een enorm nadeel aan de vakantie. De familie Niessink woonde in een rustig dorpje (Moordrecht) bij de stad Gouda. Daar kenden veel mensen elkaar. Nu zaten ze in een gezellige maar ook drukke stad. Thuis gingen ze vaak naar de “Reeuwijkse plassen”, een mooie omgeving en niet al te druk. Hier zitten ze met een enorm aantal andere vakantiegangers op hetzelfde strand. Dit is wel iets anders dan wandelen in de bergen!

Als kikkerdril zitten toeristen opeen in bekende toeristencentra. Dat noem je ook wel massatoerisme. Rond 1960 kwam het massatoerisme in de landen rond de Middellandse Zee op gang. Door meer welvaart, grotere mobiliteit en meer vrije tijd trokken steeds meer toeristen naar deze landen. De overheden in Spanje, Frankrijk, Griekenland & Italië zorgden voor goede verbindingen en hielpen de ondernemers vaak bij de bouw van hotels, appartementen, restaurants, (snack)bars en disco’s.

In korte tijd veranderden de kusten sterk. De mooie vissersplaatsjes werden omgebouwd tot betonhopen. Massaal kwamen de buitenlandse toeristen af op de zon, de zee, de lage prijzen en de goede voorzieningen. In 1960 waren het er minder dan een miljoen, in 1995 meer dan 40 miljoen. Meer dan 10% van de bevolking van de landen rond de Middellandse-zee leeft van het toerisme.

(Vissersplaatsjes veranderen in betonhopen)
Maar het liep uit de hand: het massatoerisme leidde tot wildgroei. Er werd steeds meer stiekem gebouwd. Dat ging ten koste van het landschap en het milieu. Er werden snel wegen dwars door natuurgebieden aangelegd. De toeristen gebruikten te veel van het schaarse water. Het landschap werd aangetast door uitdroging en erosie. De zee en het land werden als afvalstortplaats gebruikt. De prachtige culturen werden verdrongen door wat de bezoekers thuis gewend waren. Toen de prijzen ook nog sterk stegen, gingen de toeristen naar landen als Turkije, Egypte of Tunesië. De traditionele vakantielanden kregen het moeilijk.

(Nederlanders gaan steeds vaker naar Turkije op vakantie)
Nu wordt er reclame gemaakt voor de binnenlanden van de vakantiegebieden. De rijkere en beter opgeleide toeristen worden naar het binnenland en onbekende natuurgebieden gelokt. Dit deel is nog rijk aan cultuur en onbedorven. Hebben de landen geleerd van de opkomst en het verval van het strand/beton-toerisme, of wacht het binnenland op een verdrietige toekomst?

(Italië de Dolomieten.)
Wanneer in een toeristengebied veel mensen tegelijkertijd op vakantie zijn, spreek je van massatoerisme. Massatoerisme kom je tegen in de meeste bekende vakantiegebieden. Wanneer ergens te veel toeristen komen, ontstaat er drukte en schade aan het landschap en het milieu. Door dit soort minpunten blijven toeristen weg en kan een bekend toeristengebied na een bloeiperiode in verval raken.

(In sommige streken in Italië merkten de mensen dit. Zoals hier ergens
in Campanië.)
Tegenover het massatoerisme staat het elite- toerisme. Elitetoerisme vind je juist daar waar de massa niet komt. Bijvoorbeeld omdat het duur en zeer bijzonder is. Of omdat het er rustig en eenvoudig is met heel weinig voorzieningen.

(Bijvoorbeeld mountain-biken in de heuvels van Italië.)
Mensen gaan op verschillende tijdstippen in het jaar op vakantie. Zo is er zomertoerisme en wintertoerisme. Ook kennen we de indeling in voor-, hoog- en naseizoen. Mensen die leven van het toerisme zijn niet gek op een vakantiepiek in het hoogseizoen. Dit betekent namelijk grote drukte en extra personeel in enkele weken tijd. Liever spreiden zij de drukte en de inkomsten over een langere periode: vakantiespreiding.

(Een elitesport, het uit de VS overgewaaide "canyoneering")
In de ontwikkeling van een toeristengebied
zie je vijf stappen:
1 geen toerisme;
2 toerisme in opkomst;
3 toerisme in volle bloei;
4 toerisme in verval;
5 toerisme in herstel.
Opdracht 16. In de tekst hierboven worden
oorzaken genoemd van het "verval" van het toerisme in de traditionele
vakantielanden aan de Middellandse-zee. Noem er drie:
A) De snelle groei van het toerisme ging ten koste van het .......
B) De oorspronkelijke cultuur van een land werd verdrongen door .......
C) de prijzen zijn veel te sterk ......

(Een kust aan de Middellandse zee)
Vakantiebudget. 
Nog twee dagen en de vakantie van de familie Niessink zit er op. Er is alleen een klein probleem opgetreden. Marije is door haar zakgeld heen terwijl Jasper nog over heeft. Marije probeert bij Jasper of hij haar wat geld wil geven, omdat ze een cadeautje voor haar vriend wil kopen. Hoe komt het dat Marije te weinig geld heeft en Jasper geld over heeft?

(Het vakantiebudget van de familie Niessink, had Marije zoiets ook maar voor
zichzelf gemaakt!)
Opdracht 17. het zakgeld.
Wat doe jij met je zakgeld? Gebruik in je antwoord de woorden uitgeven en sparen
Wat doe jij als iets te duur is om te kopen?
Marije had beter na moeten denken voordat ze met haar ouders op vakantie ging. Iedereen (zelfs Jasper) had van tevoren nagedacht over hoeveel geld ze op vakantie wilden uitgeven. Het bedrag dat ze bedacht hadden noem je hun budget. Nu was het voor hen bijna een “spelletje” geworden om niet meer dan hun budget uit te geven. Zij dachten dus wel goed na voordat ze iets kochten. Marije had dit niet gedaan en keek nu in een lege portemonaie.

(Voor Marije was alles gezellig. Hier staat ze weer in een stadscentrum inkopen
te doen...en lekker eten!)
Opdracht 18. Het budget.
Geef Marije eens een advies. wat moet ze voor de volgende vakantie doen?
Het budget. Af en toe is het nodig om te budgetteren,
bijvoorbeeld: Een budget aanpassen kan door: Bij budgetteren moet je rekening
houden met prioriteiten: het belangrijkste gaat voor! Als je vragen hebt of extra informatie
wilt, kijk dan op de website
van Nibud! |
Een paar websites met mooie foto's van Italië. (Als je zelf ook mooie foto's hebt, zeg het want dan maken wij op deze site ook een fotoalbum over Italië!)
Website
1.
Website 2.
Website 3.

(Het platteland van Italië, 's morgens vroeg)