De Romeinse tijd. 

We gaan in cursus 2 ons bezighouden met de Romeinse samenleving, een tijd die ook ons land totaal zou veranderen. In de cursus kijken we naar de veroveringen, en naar wie er de baas was. We zullen ook kijken naar de Germaanse goden, de vroegere godsdienst in ons land. (Daarvoor hebben we zelfs een aparte pagina, klik hier!) In thema 3 behandelen we de Romeinse goden! Bij Plein M krijg je op deze pagina extra informatie over het Romeinse rijk. Bekijk om deze pagina's om de Romeinen goed te kunnen begrijpen. (Voor een echt Romeins woordenboek, hier klikken! )
Lees uit Plein M, blz 78 t/m 82! Maak de opdrachten en begin daarna met deeltaak 2. Hieronder krijg je veel extra informatie.
Bijvoorbeeld dat
er steeds meer mensen in steden gingen wonen, de handel (het geld) werd erg
belangrijk. (Voor een geweldige site over het onstaan van Romeinse steden...klik
hier!)
Daarna gaan we kijken hoe de Romeinen met elkaar samen leefden. Waren bij hun
alle mensen gelijk, of waren er grote verschillen. (het "ontstaan"
van de slavernij). Waren er al scholen?
En verder behandelen we het Romeinse leger en al het gebied dat ze veroverden.
Waarom deden ze dat, en
wat veranderde er allemaal in ons land toen de Romeinen de baas werden.

Intro:
In de Romeinse tijd, hadden de inwoners van de stad Rome een sterk leger opgebouwd. Ze hadden bijna alle landen in ons Europa en verder alle landen rond de Middellandse zee veroverd. Ze bouwde wegen, aquaducten, steden, gingen met geld handelen, voerden nieuwe wetten en regels in en veranderden de geschiedenis daarmee voorgoed! Ze zijn bijna 1000 jaar de baas geweest over grote stukken land. Ook in ons land zijn de Romeinen de baas geweest. We gaan onderzoeken wat de gevolgen hiervan geweest zijn.
Rome, een drukke stad!
Rond 2000 jaar geleden was Rome een drukke stad.Allerlei mensen woonden er. De binnenstad was voor vermaak en daar stonden paleizen en tempels. Rondom de binnenstad woonden vaak de armere mensen, terwijl de rijkere mensen in de buitenwijken van Rome woonden. Hoe kregen die miljoenen mensen in deze stad te eten?

De meeste inwoners van het Romeinse rijk waren boer. De uitvinding van de landbouw (in de steentijd), hadden de Romeinen goed gebruikt. De oogsten waren nu zo groot dat de boeren veel graan (en andere producten) over hadden. Dat brachten ze naar de stad (Rome bijvoorbeeld) om het daar op een van de markten te kunnen verkopen. Er ontstond een bloeiende markthandel.

In deze tijd ontstond er een totaal "nieuw beroep", dat van handelaar! Zij verkochten van alles, ook dingen uit andere landen. Een handelaar heeft van kopen en verkopen zijn beroep gemaakt. Hij koopt spullen goedkoop in (bij boeren of in het buitenland), en verkoopt ze op een markt voor meer geld weer door. Dit noemen we handel! Ze verkochten niet alleen potten, pannen, wapens, etc. Maar ze verkochten ook grondstoffen uit andere landen zoals stoffen, leer, goud en zilver. En ambachtsmannen maakten van deze grondstoffen weer nieuwe producten!

Hierboven werd al iets gezegd over ambachtsmannen. Een ambachtsman was iemand die van grondstoffen (goud, zilver, stof, hout, graan, etc) een bepaald product kon maken. Hij werkte in zijn eigen zaak, en maakte met eigen handen dingen om te verkopen. Een wapenmaker maakte wapens, een bakker brood, een schoenmaker schoenen, een timmerman meubels en ga zo maar door!

De grondstoffen die ze nodig hadden kochten ze bij een handelaar op de markt, de producten die ze maakten verkochten ze in hun eigen winkels.

Op markten werd dus druk gekocht en verkocht. In de prehistorie ruilden mensen dan spullen met elkaar, maar in de tijd van de Romeinen gingen mensen steeds meer met geld betalen.

Dat geld werd in het hele Romeinse rijk gebruikt en was overal ongeveer hetzelfde waard. Voor veel volkeren (zoals de stammen in ons land) die nog spullen ruilden, was het vaak helemaal nieuw. Het was dan de eerste keer dat de mensen niet gingen ruilen, maar met geld betaalden.

Alle mensen gelijk?
In Rome woonden miljoenen mensen, in die tijd was het al een grote stad! Maar die mensen verschilden wel van elkaar, ze waren niet allemaal gelijk. We gaan nu bekijken welke verschillen er waren. Hieronder staat een tekening van de verschillende "lagen" van belangrijkheid in de Romeinse bevolking. De uitleg staat eronder!

Laag 1: Senatoren en grootgrondbezitters.
Helemaal bovenaan, in de eerste laag (de top van de samenleving), stonden de
senatoren. Zij kwamen voort uit de oude adel, en daarom waren ze erg rijk en
bezaten zij grote landgoederen in de omgeving van Rome. De senatoren woonden
in de stad en deelden de lakens uit in de politiek.
Laag 2: Rijke handelaars, bankiers en hoge militairen.
In de tweede laag zaten de rijke kooplieden, bankiers en hoge militairen. Ook
de mensen uit deze laag stonden nog erg hoog in de samenleving.
Laag 3: Kleine zelfstandigen. De kleine zelfstandigen,
zoals de boeren en winkelaars, zaten in deze laag. Deze groep was dus eigenlijk
de groep van de 'gewone' burgers; schoolmeesters, bakkers, timmerlieden, slagers,
kunstenaars en artsen. De kleine zelfstandigen hadden het niet altijd even makkelijk;
vaak was het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Als dit niet lukte,
belandden ze in de laagste groep van de samenleving.
Laag 4: Arme burgers. In de vierde laag zaten de
arme burgers. Zij hadden geen vaste baan, en ze hadden vaak ook bijna geen bezit.
Ze woonden in flats in de arme wijken van de stad. Deze mensen werden ook wel
proletariërs genoemd.
Laag 5: De on-vrijen. Helemaal onderaan in de maatschappij
bevonden zich de on-vrijen, de slaven. Zij hadden geen rechten, en waren eigendom
van rijke personen. Ze konden dus gewoon verkocht worden.

De Romeinen waren mensen die slaven hielden. Deze slaven moesten verschillende karweitjes voor hun bazen opknappen. Een slaaf is eigenlijk iemand die het eigendom is van een ander, hij (of zij) is gekocht en betaald op de slavenmarkt! sommige slaven hadden een goede meester, maar andere slaven hadden een slechte meester. Dan werden ze mishandeld!

Hieronder volgt een "bron" waaruit we kunnen lezen hoe slecht sommige slaven het hadden!
"Die baas behandelde zijn slaven slecht. Hij stempelde ze met een gloeiend heet ijzer. Sommige slaven legde hij aan de ketting. Elke dag martelde hij een paar slaven. Hij had daar geen reden voor. Zijn vrouw vond dat ook wel leuk. Zij behandelde haar slavinnen al even ruw."

In Rome woonden arme mensen in kleine donkere huizen. Zo konden ze net hun huur en hun eten betalen. Ze moesten hard werken en soms kregen ze van de rijke Romeinen zomaar gratis eten (graan) en drinken. Dan hoopten die rijke Romeinen dat ze bij verkiezingen op hun zouden stemmen.

Verder zorgden de rijke Romeinen (laag 1 en 2), dat de arme mensen ook regelmatig "spelen" met echte gladiators te zien kregen. Dan bleven ze lekker rustig en kwamen ze niet in opstand om hun bestaan te verbeteren.

In Rome werden die spelen gehouden in het bekende "Colosseum". Hieronder staan twee foto´s, eentje van de buitenkant van het gebouw. En de andere foto is genomen aan de binnenkant. Als je echt wilt weten hoe dergelijke gevechten gehouden werden, moet je goed kijken naar de fragmenten van de film "Gladiator" die je in de klas zult zien.

Het Colosseum aan de buitenkant!

Hetzelfde
gebouw nu aan de binnenkant.
De rijke Romeinen woonden in de betere wijken van Rome, of vlakbij in mooie huizen. Zij bezaten vaak grote landerijen waar de slaven hard op moesten werken.

Klik hier voor een pagina met meer plaatjes over gebouwen en voorzieningen uit de tijd van de Romeinen.
Er waren nog meer grote verschillen, de verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen moesten keihard werken (behalve bij rijke mensen), de vrouwen werkten meestal niet buitenshuis. De meeste vrouwen bleven gewoon thuis om op de kinderen te passen of het huishouden te doen. Soms hadden ze een baantje (bij arme mensen), dan waren ze bijvoorbeeld huishoudster of kinderverzorgster.



Helaas voor de kinderen, ook Romeinse jongens en meisjes moesten naar school, tenminste als je ouders geen slaaf waren en het konden betalen. Anders moest je al snel werken. Net als nu leerde men op school lezen, schrijven en rekenen. Maar nu hun 15e jaar bleven de meisjes thuis, ze moesten in de huishouding werken. De jongens gingen naar een redenaarsschool.


Tekening en foto van een Romeinse klas.
Daar leerden ze wiskunde, en ze leerden hoe ze het beste iets aan een grote groep mensen moesten vertellen. Dat was voor hun makkelijk als ze later een baantje kregen waarbij ze het rijk moesten besturen.

Het Romeinse bestuur, de Senaat!
De Romeinse veroveringen!

Ongeveer 500 jaar voor Christus ontstond het kleine stadje Rome! De geschiedenis hiervan is een prachtige legende, klik hier om er meer over te weten te komen. Langzaam werd Rome sterker en begonnen ze de omliggende steden te veroveren (of er vriendschap mee te sluiten). Daarna werden ze de baas in heel Italië. Hierna werden er enkele oorlogen gevoerd om de baas te worden in de landen rond de Middellandse zee. Vooral de gevechten met het leger van Hannibal zijn erg beroemd geworden. Lees na het klikken op deze link om meer over de gevechten met het Cartago van legeraanvoeder Hannibal! Na deze gevechten werden de Romeinen de baas in het grootste deel van Europa, en zodoende ook in ons land. (zie plaatje boven) Hoe konden de Romeinen zoveel landen veroveren?

(Voor een opdracht over deze plaat, lees blz 79 uit Plein
M)
Het Romeinse leger was (vooral in het begin) ijzersterk! Het bestond uit huursoldaten met eigen wapens en een eigen uniform. Als huursoldaat beloofde je ook 25 jaar in dienst te zullen gaan! Als beloning kreeg je dan na afloop een eigen stuk grond om van te leven. Het leger was modern en goed georganiseerd.


Een soldaat moest lange tijd oefenen voordat hij het gevecht mocht ingaan. De Romeinen gebruikten vaak de nieuwste wapens en waren daarmee hun tegenstanders te sterk af. Door deze dingen konden de Romeinen bijna alle landen veroveren. (Als je wilt weten wat een Romeins soldaat allemaal aan moest hebben, klik dan op deze link, het is wel in het Engels)


Hieronder volgt weer een "bron", hieruit kun je zien hoe goed de conditie van Romeinse soldaten moest zijn.
"Eerst moeten soldaten leren marcheren. Tijdens een veldslag is het belangrijk dat ze op hun plaats blijven lopen. Dit leren ze alleen door eindeloos te oefenen. Ze oefenen vooral in de hete zomermaanden. In normaal tempo maken ze een mars van 25 kilometer in vijf uur. In het snelle tempo moeten ze in dezelfde tijd 30 kilometer lopen".

Zoals je hierboven gezien hebt, hoorden de Romeinse generaals tot de 2e laag van de samenleving. Ze waren dus erg belangrijk, sommigen werden zelfs Romeins keizer! Klik hier om een schema te bekijken over de Romeinse keizers! Bijna elke generaal wilde nieuwe landen veroveren, want hoe meer je veroverde hoe machtiger je werd. Bovendien leverde het veel geld op, want veroverde gebieden werden vaak geplunderd. De meeste buit ging naar de senaat in Rome of naar de keizer, maar de generaals hielden ook flink wat voor zichzelf.

Een overwonnen volk kon een vijand blijven, maar ook kiezen om een bondgenoot te worden. Bondgenoten zijn dan landen waarmee het Romeinse rijk samenwerkt. Ze werden eigenlijk vrienden in plaats van vijanden. Dat had nadelen, maar ook voordelen! Deze landen mochten hun eigen wetten en regels behouden, ook mochten ze hun eigen bestuur laten bestaan. Maar het nadeel was dat ze voortaan belasting aan de Romeinen moesten betalen, en dat de mannen uit deze volken ook in het Romeinse leger moesten vechten.

Romeinse (belasting?) munten gevonden in ons land.
De Romeinen veroverden Nederland ongeveer 50 jaar voor Christus. Er veranderde een aantal dingen in ons land. Pas nog werd er een echte Romeinse boot ontdekt, klik op het onderstaande plaatje om naar de website hierover te gaan. Deze boten konden de Romeinen in een waterrijk land als dat van ons goed gebruiken.
De Romeinen probeerden hun rijk op te bouwen achter "natuurlijke grenzen", dat zijn bergen, zeeën, rivieren, woestijnen, etc. De Rijn was zo'n natuurlijke grens van het Romeinse rijk. Die rivier loopt dwars door Nederland. En langs deze rivier bouwden de Romeinen allemaal forten.

In die forten op het kaartje hierboven woonden de soldaten, zij moesten de grens bewaken. Rond sommige forten bouwden de Romeinen een stad. Zo bouwden ze bijvoorbeeld Maastricht. En ook Noviomagus, deze stad kreeg later de naam Nijmegen.

(Maastricht in de Romeinse tijd!)

(Nijmegen.)
De forten en steden die de Romeinen bouwden, leken wel erg veel op elkaar. Ze bouwden eigenlijk steeds Rome in het klein na! De straten liepen allemaal in rechte lijnen. Van bovenaf leek het wel een schaakbord! In elke stad bouwden ze vaak een "arena", en een groot plein: het forum. Rondom dat plein kwamen allemaal winkeltjes. Verder bouwden ze theaters, badhuizen, tempels, etc. Hieronder zie je een plaatje van een nagetekende Romeinse stad, let op de rechte straten.

Toen de Romeinen in ons land kwamen, woonden er natuurlijk al mensen. Die mensen noemen we Germanen. Deze Germanen leefden anders dan de Romeinen, het waren bijna allemaal boeren. Van kopen en verkopen hadden ze nog nooit gehoord. Ze produceerden hun eigen voedsel, en als ze iets nodig hadden maakten ze het zelf. Of ze ruilden het met elkaar. Ze maakten bijvoorbeeld hun eigen kleing, en hun eigen meubels, hun eigen wapens, etc. Voor de Germaanse manier van leven veranderde veel toen de Romeinen kwamen.






Langs de Rijn stonden forten als die bij Xanten en Trier. De Romeinen bouwden rondom die forten grote steden. In deze steden kwamen pleinen waar markt op gehouden werd, en op deze markten werd van alles verkocht. Ambachtsmannen gingen in de steden wonen en werken. De Germanen werden nieuwsgierig en gingen ook eens kijken in zulke steden. Daar zagen ze allemaal dingen die ze zelf niet kenden.

Xanten in de Romeinse tijd!
Zo leerden de Germanen van de Romeinen nieuwe dingen. Ze leerden hoe ze beter konden vechten, ze leerden om "glas te blazen", ze leerden om potten te bakken met behulp van een draaischijf, en ga zo maar door. Geld was ook iets nieuws voor de Germanen, zij waren gewend om spullen met elkaar te ruilen. Maar de Romeinen lieten zien dat betalen met geld makkelijker is dan het ruilen van spullen.

Langzaam wenden de Germanen aan al die nieuwe dingen, maar na enkele eeuwen stortte het Romeinse rijk in elkaar. Na het jaar 400 na Christus moesten de Romeinen uit ons land vertrekken. Toch bleven nog veel Romeinse gewoonten gewoon bestaan.
Klik op de kroniek voor een mooie site.
Enkele rare feiten over de Romeinen!
Wist je dat…
…de Romeinse dokters nog nooit van verdovingen hadden gehoord. Het snijden
was dus erg pijnlijk.
…we de kalender te danken hebben aan Julius Caesar. Bij de Romeinen had
je twaalf maanden en 355 dagen. Om de twee jaar hadden ze een extra maand van
ongeveer 22 dagen.
…er tussen 235 en 285 na Christus er wel twintig keizers aan de macht
zijn geweest. Maar natuurlijk regeerden die niet zo lang. Ze werden snel na
elkaar vermoord en een ander nam de troon over.
…Romeinse meisjes al op hun veertiende trouwden. Het moest van hun vaders.
De vaders kozen ook de echtgenoten uit.
…de Romeinse vrouwen zich ook opmaakten. Ze maakten met krijt hun nek
wit. Met oker, een roodachtige klei maakten ze hun lippen en wangen rood. Voor
een mooie huid hadden ze een maskertje van krokodillenmest.

…de Romeinse kinderen vroeger al
allemaal spelletjes deden die wij nu nog doen. Bijvoorbeeld: verstoppertje,
hinkelen, met poppen spelen, wippen, vliegeren en schommelen. Het enige wat
ze nog niet kenden waren computerspelletjes.
…in de Romeinse theaters heel veel geweld werd gebruikt. Zelfs de dood
kwam voor in die stukken. Als de acteur dood moest ging hij van het toneel af.
Er kwam een misdadiger op en die werd dan vermoord.
...in de Koran verschillende verzen over de Romeinen staan? Klik
maar hier, en lees!

Een aantal geweldige sites over de Romeinen:
1)
Geschiedenis voor kinderen.
2)
Quo Vadis?
3)
Limburgs museum.
4)
Kinderwebsite.
5)
Overzichtspagina.
6) De webkwestie,
vragen over Romeinen.
7)
Levende geschiedenis.
8)
School TV.
9)
Teleac.