De Prehistorie.

We gaan verschillende dingen bespreken over de prehistorie (tijd van de berenvellen en houten knuppels?), en waarschijnlijk zullen we zien dat er in onze tijd nog steeds verschillende volken in "de prehistorie" leven. (Als jullie durven mag je nadat je deze lessen gelezen hebt, deze test proberen over de prehistorie!)
Uit Plein M ga je aan de slag met bladzijde
44 t/m 52.
1) In cursus 2 kijk je hoe het leven was van de eerste mensen. ("jagers
& verzamelaars") Daarna doe je deeltaak 2, en hierin beschrijf
je het leven van een dakloze.
2) In cursus 3 kijk je hoe het leven van de eerste boeren was. En hoe leefden
de Egyptische
boeren eigenlijk samen? (Ontstaan dorpjes,
landbouwrevolutie! etc) Daarna doe je deeltaak 3 en kijk jer wat je te weten
kunt komen over huizen en hun bewoners.
Hieronder is "lesverdieping" voor KB/GL klassen. Lees de tekst nauwkeurig en doe daarna de volgende opdracht.Vorm groepjes van 3 of 4 leerlingen. Maak een collage waarop je laat zien dat je het verschil tussen de "jagers & verzamelaars" en de eerste boeren (landbouw samenleving) hebt begrepen. Op de collage moeten verschillen te zien zijn in: werk, wonen, gebruiksvoorwerpen, godsdienst, omgaan met dieren. succes! Voor meer plaatjes, vraag de docent. Misschien mag je plaatjes gebruiken van deze fotoalbums! (Prehistorie, landbouwers, Egypte) Ik heb snel een extra pagina gemaakt met nog meer plaatjes uit de "oertijd". Klik hier!
Extra A gaat over het wereldwijd
voedsel probleem. Wij gaan naar de supermarkt, maar in arme landen moeten ze
nog steeds "jagen
& verzamelen".
Extra B gaat over de ontdekking van het graf van Pharao Toetanchamon.

Jagers & verzamelaars.
In de prehistorie waren de mensen bijna de hele dag bezig om eten bij elkaar te zoek. De vrouwen & kinderen zochten noten, bessen, etc in de bossen. De mannen gingen jagen of vissen. Maar gelukkig had je voldoende tijd, want radio en tv bestonden nog niet! In Nederland leefden mensen op deze manier als "jagers & verzamelaars". In dezelfde tijd verbouwde men in Egypte al zelf graan. Later gingen de mensen in Nederland ook graan zaaien en oogsten.

De eerste mensen in Nederland aten vlees van dieren (mammoeten, rendieren) die ze gedood hadden. Het waren jagers! Ze aten niet alleen vlees, maar ook graan, wortels en vruchten. Soms zelfs eieren die ze in het "wild" vonden. Mensen die hun voedsel uit de natuur bij elkaar sprokkelen noemen we verzamelaars. In een gebied waar veel voedsel te vinden is, wonen zulke mensen soms hun gehele leven. Maar als er niet genoeg voedsel is, trekken ze verder. Meestal hebben ze ook geen vaste woonplaats.

Hun huizen waren daarom niet erg stevig, ze werden meestal gemaakt van hout, riet en klei. Potten, pannen, verzorgings-spullen enz hadden ze bijna niet, want dat konden ze niet vervoeren. Wat ze wel hadden waren eigen gemaakte wapens, gemaakt van steen, hout en botten. Jagers & verzamelaars noemen we ze. Of met een ander woord: nomaden! Ook in onze tijd komen deze nomaden nog voor. Denk maar aan het "Midden-Oosten", of aan volken (stammen) in Afrika.
(Hedendaagse
nomaden??? )
Deze mensen waren wel slim genoeg om te ontdekken dat (wilde) graankorrels in een vochtige bodem konden ontkiemen en na een jaar meer graankorrels konden opleveren. Sommige mensen gingen daarom bewust deze graankorrels op een veldje vochtige grond (meestal bij een beek of rivier) uitzaaien. En dat had succes, na een jaar haalden ze een grote oogst binnen. Dit zou de totale samenleving in de prehistorie totaal veranderen! De akkerbouw was uitgevonden. (Nog een reisje door de prehistorie, ga naar deze site!)

Steeds meer mensen veranderden van gewoonte, in plaats van te blijven rondtrekken om voedsel te vinden, kozen ze voor akkerveldjes en bouwden daar (echte) huizen om te blijven wonen. Ze bouwden voorraad schuren, muren, meerdere huisjes, etc. Zo konden ze hun graanveldjes ook beschermen tegen rondtrekkende stammen. En omdat steeds meer mensen bij elkaar gingen wonen, ontstonden zo de eerste dorpjes en steden.

Ook slaagden deze mensen erin om verschillende dieren te vangen en in de omgeving van hun dorpjes tam te maken. Ze gingen ze gebruiken om de groond te bewerken, andere dieren werden gebruikt om wol of melk van te krijgen, en weer anderen werden vetgevoerd om later op te eten. Zo ontstond ook de veeteelt. Akkerbouw en veeteelt noemen we samen "landbouw". Deze gang van zaken vonden we eerst in gebieden in het Midden-Oosten met belangrijke rivieren. (Nijl, Eufraat & Tigris)

Maar later gebeurde het ook in Europa en zelf in ons land (Eerst in Zuid-Limburg, daarna in Noord-Nederland de hunebedbouwers) Er was wel een probleem, in de tijd dat mensen jaagden en verzamelden had iedereen evenveel bezit. (Bijna niets dus!) Na het uitvinden van de landbouw kwam er wel verschil tussen de mensen, de ene werd rijk en de ander niet, dit noemen we ongelijkheid!

De eerste boeren.
De eerste mensen trokken meestal rond, later gingen ze in dorpjes bij elkaar wonen. Ze moeten dan met elkaar leven, en hoe deden ze dat? Er kwamen verschillende "beroepen", er kwamen aanvoerders (leiders), mensen gingen verschillende goden dienen. Daar hadden ze vaak priesters (of medicijnmannen) voor nodig. Wat deden de mannen meestal, en wat deden de vrouwen. Waren er ook kinderen en oude mensen, en wat moesten zij dan doen?
Na de landbouwrevolutie gingen de mensen bij elkaar wonen in dorpjes. Ze wilden hun bezit beschermen, maar het zou hun hele leven gaan veranderen! Het leven in boerendorpjes was namelijk totaal anders dan het leven als jager & verzamelaar. Nu konden de mensen hun huizen ook wat steviger maken, ze bleven er veel langer in wonen.

Hadden de nomaden vroeger bijna geen bezittingen, nu vonden ze van alles uit: potten & bekers, oventjes, voorraad schuren, betere kleding door te weven, gevarieerder voedsel zoals kaas en brood. En was vroeger het rondtrekkende leven erg zwaar (vele mensen stierven erg jong, vooral kinderen), in een boerendorpje bleven de mensen langer in leven. De gemiddelde leeftijd steeg ook iets.

In zo'n dorpje was het een drukte van belang. De ouders waren vaak bezig met melken, schapen scheren, slachten, het bewerken van huiden, of het maken van wapens. En de kinderen speelden vaak met elkaar of dieren zoals lammetjes.

Mannen deden vaak het zware werk (jagen, landbouw), terwijl het "huishoudelijke werk" meestal aan de vrouwen werd overgelaten! In Egypte slaagde men erin om met elkaar hele stukken land vruchtbaar te maken door er het nijlwater door te laten lopen. Dat noemen we irrigatie, en dat kan alleen maar als mensen goed samenwerken.

Op deze manier ontstonden ook verschillende "beroepen", iemand die goed kon bouwen hielp bij het maken van hutten. Iemand die goed wapens kon maken, deed dit ook voor anderen. Sommigen werden kleermaker, pottenbakker, kaasmaker, etc, etc.

Doordat er in een dorpje zoveel gebeurde, was er ook behoefte aan leiders. Meestal waren dat de oudere mannen! Zij hadden in zo'n dorp veel aanzien! Ook hielden de mensen zich bezig met leven en dood, mensen werden in speciale graven begraven. Ze kregen vaak ook spullen mee voor het leven na de dood. Op deze link vind je veel informatie over de prehistorie in Nederland!

In Egypte ontstonden er een belangrijke groep mensen, de priesters die verstand hadden van goden en leven na de dood. De mensen geloofden bijvoorbeeld dat er een god was die zorgde voor de Nijl, en een andere zorgde voor de planten, etc. Dat was de zonnegod. En zo ontstond er een hele aparte godsdienst waarbij de mensen dachten dat de belangrijkste leider (Farao) zelf een god was. Men geloofde dat je na de dood door bleef leven, als je lichaam maar bewaard bleef. Daarom lieten de meeste mensen zich balsemen! Als een Farao stierf, werd hij extra goed gebalsemd en begraven in een speciaal graf. Soms was dat een pyramide!


Extra onderwerp A: Voedsel voor iedereen?

In Nederland zijn de mensen allang geen nomaden meer. Ook onze zigeuners (Of woonwagenbewoners) kunnen we geen nomaden meer noemen. In onze winkels ligt voedsel voor iedereen. Maar is er op de wereld wel genoeg (betaalbaar) voedsel voor iedereen?

Vroeger moest ook iedereen in Nederland hard werken om genoeg voedsel te verzamelen. De eerste "Nederlanders" waren jagers & verzamelaars. Nu krijgen we ons voedsel op een andere manier. Doordat we een baan hebben verdienen we geld, met dat geld gaan we naar winkels, en in deze winkels kopen we wat we nodig hebben. Daarnaast kunnen we natuurlijk ook naar restaurants.

Wij zoeken ons voedsel niet meer in onze achtertuin of in de vrije natuur. De meeste Nederlanders werken trouwens helemaal niet meer in de landbouw! Fabrieken zijn nu veel belangrijker geworden, we maken er erg veel voedsel in. Denk maar aan: patat, ijs, vla, snoep, hamburgers, broodbeleg, etc.

In de rest van de wereld werken nog steeds veel mensen in de landbouw. Zo verdienen zij hun brood. Het voedsel wat ze oogsten houden ze vaak niet voor zichzelf, maar ze verkopen het aan andere landen. Zo verdienen zij er ook geld mee. Ze verkopen bijvoorbeeld graag aan Nederland. Onze fabrieken maken daar weer brood van. De meeste boeren in dat soort landen (we noemen ze vaak derde wereld landen) krijgen helaas maar weinig geld voor hun producten. Soms zo weinig dat ze zelf bijna niet in leven blijven. Je moet er dan ook niet aan denken wat er gebeurd als de oogst mislukt! We noemen deze landen "ontwikkelingslanden". De meeste van deze landen liggen "onder de evenaar". (Een kind onder de evenaar wordt later vaak een bedelaar: uit kinderen voor kinderen.)

In Afrika (en ook in andere wereld-delen) leven sommige stammen nog steeds als jagers & verzamelaars. Ze leven zo al jaren, ze trekken rond en zoeken naar voedsel. Dat vinden ze in de natuur, maar dat wordt ook steeds moeilijker! Daarom gaan ze soms ook beginnen met de landbouw. De gevolgen zijn soms rampzalig: Hout moet worden gekapt, en met vuur worden velden afgebrand tot landbouwgrond. Door verkeerd beheer eten daarna dieren de grond totaal kaal, er groeit nu niets meer. De mensen moeten weer verhuizen, en velen gaan naar de steden om werk te zoeken. Daar is natuurlijk geen werk genoeg, en zo ontstaan er bij grote steden krottenwijken, waarin verschrikkelijke armoede heerst!

Hier volgen een aantal
websites van organisaties die hulp willen geven aan mensen die in armoede leven:
Christian
Childcare Programme.
Compassion
Nederland.
Livingstone werkvakanties.
Stichting Edukans.
Tear Fund Nederland.
World Vision.
De wilde ganzen.
Memisa.
Novib.
Buitenlandse zaken.
Kinderen van Oeganda.
Een
startpagina.
Extra onderwerp B: Toetanchamon.

Toetanchamon was een Farao uit het oude Egypte. Een Farao is een soort koning. In de lange geschiedenis van het oude Egypte kwamen veel verschillende Farao's aan de macht. Toetanchamon leefde ongeveer in het jaar 1350 voor Christus. Toetanchamon is geboren in Thebe in Egypte, hij heeft er 3 jaar gewoond. Thebe was toen de hoofdstad van Egypte. Toen zijn vader stierf werd hij Farao, hij was toen ongeveer 9jaar. Rond zijn 20e stierf Toetanchamon. Ze denken dat hij is vermoord, omdat achter zijn linkeroor wonden zaten.

De baas van de mensen in Egypte was de koning. Alles wat hij wilde, werd ook gedaan. Hij was de belangrijkste persoon in het land. Farao is de naam van deze koning in het oude Egypte. De Farao werd gezien als een god. De Egyptenaren geloofden dat de Farao’s goden waren in menselijke gedaanten. Wanneer de mensen het niet eens waren met de Farao, werden ze gestraft. De Farao was verantwoordelijk voor de welvaart van het land. Hij zorgde ervoor dat de Egyptenaren het goed hadden en dat het land veilig was. Hij werd gezien als de zoon van de oppergod Ra en de zoon van de god van het dodenrijk Osiris.

Deze "Godkoningen" namen deel aan heel veel ceremonies, dat zijn plechtigheden. Zij wasten en kleedden zich op een speciale manier en zij aten op een speciale manier. Elke dag bezocht de Farao de tempel, dat is een soort kerk. Zij offerden hier voedsel voor de goden. De mensen in Egypte dachten dat de Farao macht had over het waterpeil van de Nijl en over de groei van de granen en over de handel. Iedereen vereerde daarom de Farao. Wanneer er toch een ramp gebeurde zoals een storm of aardbeving, waren de mensen bang dat de goden boos waren. Ze konden de rampen niet anders verklaren. Om ervoor te zorgen dat deze rampen niet nog een keer zouden gebeuren, brachten zij offers aan de goden. De mensen gehoorzaamden de Farao nog beter na een ramp.

De Egyptenaren geloofden in verschillende goden. De meest belangrijke goden waren: Ra (of Re): oppergod en god van de zon, Shoe: god van lucht, Tefnoet: godin van vocht, Geb: god van de aarde, Noet: godin van de hemel, Isis: godin van tovenarij, Osiris: god van de onderwereld, Neftys: beschermster van de doden, Anoebis: God van het mummificeren, Seth: god van de woestijn, van chaos en het kwade, Hathor: godin van de hemel, liefde, vreugde en dood en als laatste Horus: god van de hemel.

Toetanchamon was de zoon van Kiya, hij is later getrouwd met de dochter van een van zijn stiefmoeder Nefertiti. De vader van zijn vader was de Farao Amenhotep. Toetanchamon was getrouwd met Anchesenamon. Op de gouden stoel die in zijn graf stond staat hij afgebeeld met zijn vrouw.

In 1922 werd zijn graf gevonden door Howard Carter een archeoloog. De kosten voor het opgraven werden betaalt door lord Carnarvon die zich zelf ook naar Egypte haastte toen hij het telegram kreeg dat ze de ingang hadden gevonden. De eersten die het graf ingingen waren Howard Carter, lord Carnarvon en de dochter van lord Carnarvon. In de grafkamer stond een hele grootte kist daarin zaten nog drie andere kisten.

Om de mummie zaten drie kisten. De buitenste kist was van hout met een dun laagje goud en ingelegde juwelen. De middelste kist was van een dun laagje hout met daarover goud en ingelegde juwelen. De binnenste kist was gemaakt van puur goud met ingelegde juwelen. De mummie van Toetanchamon droeg een gouden masker.

De oude Egyptenaren vonden het een grote misdaad als je het graf van de Farao open maakte. Zij geloofden dat de Farao een vloek uitsprak over het graf. De vloek betekende dat er iets engs zou gebeuren wanneer het graf geopend werd. Op de muren in het graf stond: "Wie dit graf betreedt op hem zal ik me werpen als op een vogel en de grote god zal hem daarvoor bestraffen".

Lord Carnavon, de helper van Carter, werd, 1 jaar na de ontdekking van het graf, erg ziek. Hij kreeg hele hoge koorts en hij ging ijlen. Hij zei: "Een vogel krabt mijn gezicht stuk". Hierna viel hij in coma. Op de dag van zijn dood gebeurden er hele vreemde dingen. In Cairo in Egypte gingen alle lichten uit. Men wist niet hoe dit kwam. Even later gingen ze vanzelf weer aan. De hond van Carnavon ging heel hard janken en viel daarna dood neer. De mensen konden dit niet uitleggen. Onderzoekers denken dat Carnavon bacteriën heeft ingeademd toen hij het graf inging.

Meer schitterende
Toetanchamon websites zijn:
The
old Egypt web.
De
onbekende Farao.
Welkom
in de pyramide van AnckSuNamun.
Toetancahamon.