Samenleven.

In thema 3 gaan we kijken hoe we in Nederland met elkaar “samen leven”. We leven in een “multicultureel” land. Ook op onze school zijn multiculturele klassen, kijk maar om je heen. We gaan eerst eens kijken hoe dat in jullie klas is. In cursus 1 (blz 73 t/m 76) kijken we naar overeenkomsten en verschillen tussen de leerlingen. Maak de opdrachten en begin hierna met deeltaak 1. (De deeltaken van thema 3 zijn erg belangrijk voor de rest van het jaar)

Hierna kijken we in de geschiedenis naar het Romeinse Rijk. Was dat rijk ook “multicultureel? Hadden zij ook respect voor elkaar mening. (Klik hier om op de juiste site te komen) En hoe zat het met de godsdienst, had het Christelijk geloof ook respect voor andere godsdiensten? (Klik hier om op de juiste site te komen)

Daarna gaan we in thema 3 weer verder met cursus 4 (blz 88 t/m 91) “omgaan met verschillen”. We hebben in cursus 1 gezien dat we onderling verschillen, in cursus 4 leren we hoe we hiermee moeten omgaan! In de tussentijd hebben we gezien dat het Roemeinse Rijk & het Christendom niet echt verdraagzaam waren. Daarom krijg je nadat je alle opdrachten uit Plein M hebt gemaakt, een prachtige deeltaak: “Maak reclame voor verdraagzaamheid”. De beste plannen uit onze school bieden we aan bij een paar organisaties die hiervoor ijveren.

Vergeet hierna niet om de ICT opdrachten op blz 92 & 93 te maken. Doe hierna de topografie van blz 94 & 95, en probeer jezelf te toetsen op blz 96 & 97. Succes!

Hieronder in extra informatie over het ontstaan van “multicultureel Nederland”. Dit kan (met de opdrachten) gebruikt worden als extra lesverdieping voor de KB/GL klassen.

Nederland, een kleurrijk land!

In het kleine stukje land dat Nederland heet, leven bijna 17 miljoen mensen. Niet iedereen is hier geboren, veel mensen komen uit een ander land. Misschien jij ook wel? Of misschien zijn je ouders hier niet geboren? Na de 2e wereldoorlog (1945) kwamen veel buitenlanders naar ons land. Mensen uit Indonesië, uit Suriname, uit Italië, Marokko en Turkije. En in onze tijd komen er nog “asielzoekers” bij uit (vooral) Afrikaanse landen. Waarom deden die mensen dat, waarom kwamen ze naar Nederland? En hoe leven we nu samen?

Op de foto hierboven zien we 6 jongens met elkaar praten. Ze zijn allemaal verschillend. Klein, groot, blond en donker. Toch wonen ze allemaal in Nederland. Sommige mensen zijn hier als toerist. Anderen zijn gevlucht voor een oorlog in hun thuisland. Weer anderen zoeken hier naar werk. Sommige mensen beginnen dan een eigen winkel, zoals hier op de foto. We leven nu met 17 miljoen mensen, waaronder een hoop “allochtonen”. Hoe is het om zo samen te leven.

Opdracht:
A) Maak een klasselijst waarop staat wie een “allochtoon” is. (Een allochtoon is iemand wiens vader of moeder niet in Nederland geboren is. Eigenlijk is ons komende koningsechtpaar allebei allochtoon!)
B) Bespreek met elkaar hierna waarom sommige leerlingen in Nederland zijn komen wonen.
C) Maak hierna een lijst met landen waar jij wel naartoe zou willen verhuizen. Probeer ook eens een paar redenen te vinden waarom jij zou willen verhuizen.

Overal vandaan!

In elk land wonen mensen uit een ander land. Niet alleen nu, maar vroeger ook al. We kijken hier na de tijd na 1945. Wie kwamen er toen naar Nederland?

Na de oorlog was het nog een puinhoop in ons land. Er werd hard gewerkt aan de opbouw van Nederland. Toen kwam er een grote groep “migranten” naar ons land. (Dat zijn mensen die naar een ander land verhuizen) In 1949 kwamen er veel mensen uit Indonesië. Voor de 2e wereldoorlog was Indonesië een kolonie van Nederland. In 1945 veranderde dat allemaal. Indonesië noemde zichzelf “onafhankelijk” van Nederland. Ze wilden een eigen land zijn. Van 1945 t/m 1949 werd hierover gevochten door Nederlandse soldaten en Indonesische vrijheidstrijders. In 1949 zei de Nederlandse regering dat Indonesië inderdaad zelfstandig mocht zijn. Hierna verhuisden veel mensen uit dat land naar Nederland. De meesten waren half Nederlands en half Indisch. Ze probeerden hier snel werk te vinden. Zo bouwden ze in Nederland een nieuw bestaan op.

Rond 1960 ging het eindelijk weer wat beter in ons land. De meeste oorlogsschade was hersteld. Bijvoorbeeld de Rotterdamse havens. Of het vliegveld Schiphol. Er werden veel nieuwe fabrieken gebouwd. Hierin werden allemaal nieuwe dingen gemaakt. (Tv’s, radio’s, koelkasten, wasmachines, etc) Maar dat leverde ook een probleem op. Er waren niet genoeg mannen om al dat werk te doen. (Vrouwen werkten nog niet veel “buitenshuis”) Fabrieksbazen gingen zoeken in andere landen. Ze vonden arbeiders in Italië, en later ook in Marokko en Turkije. Daar was niet veel werk, en waren de meeste mensen arm.

Deze mannen wilden graag in Nederland komen werken. Ze lieten hun vrouwen en kinderen achter om in Nederland geld te gaan verdienen. Na een poosje zouden ze weer teruggaan naar hun eigen land. Daarom werden ze gastarbeiders genoemd. Maar veel van deze gastarbeiders zijn hier blijven wonen. Ze lieten hun gezin ook naar ons land komen, en ze werden Nederlanders. Veel van deze gastarbeiders hadden weinig of geen opleiding. Ze kregen daarom vaak slechte baantjes die de Nederlanders niet wilden doen. Baantjes waar je weinig kennis voor nodig had. Meestal is dat werk niet zo leuk. Een “bron” uit die tijd schrijft:

“We moesten plastic handschoenen aan. Zo zaten we te rommelen in giftige stoffen. De hele dag! De gaten vielen in de handschoenen. In de hele fabriek werkten geen Nederlanders. Het bedrijf kon gewoon niet bestaan als er geen buitenlanders waren geweest.”

Na 1975 kwamen er ineens veel mensen uit Suriname en de Antillen naar Nederland. In deze tijd werd Suriname ook onafhankelijk van Nederland. Het was een onrustige tijd in dat land. Veel mensen besloten toen om naar Nederland te verhuizen. Misschien konden ze hier werk vinden. Maar niet alle migranten komen in ons land om werk te zoeken. Sommigen vragen Nederland om bescherming. Ze zijn gevlucht uit hun eigen land omdat ze daar niet meer veilig zijn. We noemen hun “asielzoekers”. Ze gaan een tijdje naar een opvangcentrum. En de regering beslist dan of ze mogen blijven.

Opdracht. Noem verschillende “groepen” mensen die in Nederland zijn komen wonen. Geef ook aan waarom ze naar ons land zijn gekomen!

Een ander geloof in Nederland.

Veel buitenlanders in Nederland zijn moslim. Hoe denken en wat doen Moslims. (Voor meer informatie over deze godsdienst, hier klikken)

In dit stukje zullen we wat lezen over de “ramadan”. Dat heeft te maken met de Islam (Het geloof van de Moslims) Een maandlang mag er overdag (tussen zonsopgang en zonsondergang) niets gegeten of gedronken worden. Geen boterham, geen snoepje, geen slokje water, helemaal niets!

De Islam is ontstaan in de stad Mekka, dat is in Saoedi-Arabië. Mekka is voor Moslims de belangrijkste stad op aarde. Hier staat een belangrijk gebouw voor Allah. Zij geloven in één god, en die noemen zij Allah. Mohammed was de profeet van Allah. Hij kreeg van een engel de woorden van Allah door. Die schreef hij op in de Koran. Dat is het heilige boek van de Moslims. Daarin staan regels waar iedere Moslim zich aan moet houden. En één van die regels is dat een Moslim moet vasten tijdens de ramadan.

De ramadan duurt dertig dagen. Overdag mogen moslims dan niets eten of drinken. Dat noemen we vasten. Zo proberen ze overdag na te denken hoe het leven van arme mensen is. Zo leer je wat het is om altijd honger te hebben. Gelukkig mogen ze ’s avonds wel weer eten en drinken. Na zonsopgang mag er dus niets meer gegeten en gedronken worden. Na zonsondergang mag dat weer wel. Door dit vasten laat je aan Allah zien dat je een goede moslim wil zijn. Vasten is ook goed voor je lichaam en geest. Minder eten geeft de maag wat rust. Je moet overdag ook goed nadenken over de dingen die je doet. Je leert je om je te beheersen.

Opdracht. Geef antwoord op de volgende vragen, en leg je antwoord uit.
1) Mag je tijdens de ramadan overdag gaan zwemmen?
2) Mag je tijdens de ramadan overdag een aspirientje nemen tegen hoofdpijn?
3) Mag je tijdens de ramadan overdag douchen?
4) Mag je tijdens de ramadan overdag naar de tandarts?
5) Mag je tijdens de ramadan overdag een sigaretje roken?

Als dan na een hele maand de ramadan voorbij is. Dan is het tijd voor feest! Moslims vieren dan het suikerfeest. Ze trekken hun mooiste kleren aan. En daarna gaan ze naar de Moskee. Daar ontmoeten ze familie en vrienden. Eindelijk mogen ze overdag weer eten. De kinderen krijgen veel snoep, en leuke cadeautjes. Ook krijgen de meeste kinderen veel goed als beloning. Sommigen krijgen meer dan 200 euro!

Opdracht. Schrijf in 10 zinnen de belangrijkste dingen op die je weet over het Islamitische geloof. Laat het daarna lezen aan een klasgenoot en lees zelf zijn/haar stukje. Kijk samen of je dingen uit jullie stukjes kunt verbeteren. De docent zal deze opdracht centraal behandelen.

Paspoort please?

Als je van een ander land naar Nederland verhuist, valt dat niet altijd mee. Het is wel even wennen, leven in een ander land. Hoe is het om als buitenlander in Nederland te leven.

Kijk eens naar de voetballertjes op de foto. Ze komen uit verschillende landen. Maar ze wonen allemaal in Nederland. En ze hebben ook allemaal een Nederlands paspoort. Als je zo’n paspoort hebt, ben je een Nederlander. Maar dat gaat meestal niet zo gemakkelijk.Soms moet je hier moelijke cursussen voor doen. En soms voel je je ook helemaal geen Nederlander. Je voelt je nog steeds een vreemdeling in een vreemd land. Ook al heb je dan een Nederlands paspoort.

Op deze foto zie je weer diezelfde 6 jongens, maar nu in een park. De donkere jongen met het donkerblauwe jasje is Wildson. Hij komt uit Suriname, met zijn ouders is hij naar Nederland verhuisd. Dat was wel wennen want veel dingen zijn hier anders. De huizen, de kleding, het eten, de omgeving, het klimaat. Op school was het best moeilijk om nieuwe vrienden te maken. Veel Nederlandse woorden kende hij nog niet. Ook al sprak hij in Suriname de Nederlandse taal.


(Allemaal anders en toch hetzelfde)

Nu voelt Wilson zich meer Nederlander. Hij voetbalt in het schoolteam en hij heeft talent. In het team zitten Nederlanders en allochtonen. Zijn voetbalvrienden hebben ook een Nederlands paspoort. Eigenlijk zijn het dus geen buitenlanders meer. Ze zitten op dezelfde school, hebben dezelfde vrienden. Ze kijken naar dezelfde tv programma’s, en houden van dezelfde muziek. Er is eigenlijk niet zoveel verschil.

Maar Soms kan Wilson nog wel eens kwaad worden. Laatst riep iemand bij het voetballen. “He zwarte dropveter!” De vader van Wilson overkomt dit ook wel eens. Hij zegt dat ze hem soms discrimineren op het werk. Wilson kan het eigenlijk niet geloven. Alsof blanke mensen beter zijn dan anderen.

Opdracht. Zoek uit met woordenboek en/of internet wat discrimineren is. Zoek uit hoe mensen gediscrimineerd worden. Maak nu een “antidiscriminatieposter”, en lever hem in bij de docent.

Nederland steeds voller?

Waar veel mensen wonen, zijn ook veel problemen. Vooral in grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Hoe lost de regering deze problemen op?

Niet alle Nederlanders zijn blij met migranten. De domsten zeggen: “Nederland is te klein. Er kunnen niet meer mensen bij. Vol is vol”. Anderen zijn eigenlijk een beetje bang. Ze vinden buitenlanders maar merkwaardige mensen. Ze denken en doen soms anders. En vaak hebben ze een vreemd geloof, de Islam. Dat maakt sommige Nederlanders een beetje bang. En als het dan slecht gaat in ons land, krijgen de buitenlanders de schuld.

Mensen uit verschillende landen leven ook anders. Een manier van leven noemen we een cultuur. Migranten willen graag iets van hun eigen cultuur bewaren. Dat zouden wij ook willen als we zouden emigreren naar een ander land. Er zijn veel dingen die dan anders zijn. Gewoonten met etenstijden. Gewoonten met elkaar bezoeken. Gewoonten in de familiesfeer. Waarschijnlijk vind je dat niet zo belangrijk, maar soms zijn de problemen groter. Bij sommige buitenlanders weegt de familie eer bijvoorbeeld erg zwaar! Nederlanders en migranten leven dan moeilijk samen. Wie moet zich nu aanpassen?


(Gezellig samen-leven kan ook!)

Onze regering denkt al jaren na over dit probleem. Het is erg moeilijk op te lossen. Alle groepen moeten kunnen samenleven en elkaar respecteren. Het is net een grote puzzel waarbij alle stukjes aan elkaar moeten passen. Gelukkig zie je steeds meer acties tegen discriminatie. In kranten, op tv en zelfs op het voetbalveld. Je bent niet gek of dom als je er anders uitziet. Ondertussen kijkt de regering ook welke asielzoekers mogen blijven. Soms vinden ze dat gevluchte mensen niet echt in gevaar zijn. Dan sturen ze asielzoekers naar hun eigen land terug. Niet iedereen kan dus zomaar in Nederland komen wonen.


(Klik op het plaatje voor een grote versie!)

Het samenleven van verschillende culturen blijft het oplossen van een moeilijke puzzel. Maar de regering blijft zoeken naar oplossingen. Zo willen ze dat “nieuwkomers” zich snel in Nederland “integreren”. Dat is dat migranten zich snel in ons land thuis voelen. Een belangrijk persoon zei hierover het volgende:

“Als je het mij vraagt moeten ze meteen goed Nederlands leren. En laat ze verder een baan zoeken. En buitenlandse kinderen kunnen beter naar Nederlandse scholen gaan. Dan is iedereen zo aan ze gewend!”

Opdracht. Zoek op de de tekst:
1) Waarom zijn mensen soms bang van buitenlanders?
2) Wat is een cultuur?
3) Welke dingen kunnen anders zijn tussen Nederlanders en migranten?
4) Wanneer vind de regering dat een asielzoeker niet in Nederland mag blijven?
5) Wat vind jij van de uitspraak van de “bron”? Ben je het er mee ens of niet? En waarom wel of niet?

Klik hier om op een site te komen over "uitgeprocedeerde" asielzoekers!