Germaanse goden.

Introtekst. Wie weet er iets te vertellen over de betekenis van het Sinterklaasfeest of het Kerstfeest. En wie weet er iets te zeggen over waar deze feesten eigenlijk vandaan komen?

Eeuwen geleden zag ons land er totaal anders uit. De eerste bekende bewoners waren Batavieren, maar vooral ook Germanen!

De Germanen uit ons land geloofden in aardgeesten, reuzen en dwergen. Als de aardgeesten (trollen) boven de grond kwamen konden ze je in steen veranderden. De Germanen hadden ook goden. Hun belangrijkste god was Wodan, die men ook wel Odin noemde. Volgens het Germaanse geloof vlogen tijdens stormen gevaarlijke geesten door de lucht. En Wodan was hun aanvoerder. Hij reedt op een achtbenig paard genaamd Sleipnir. Hij werd in de lucht ook begeleid door wolven en raven. Hij was een oorlogsgod, maar ook de god van zomer en winter. Hij ving mensen die kwaad wilden doen. Maar goede mensen kregen een beloning. Hij zaaide bijvoorbeeld goed zaad in hun akkers, zodat ze veel koren kregen.

Opdracht 1. Kijk welke zinnen goed of fout zijn!
A) In ons land woonden eerst Kelten.
B) Zij geloofden in het bestaan van Trollen.
C) Hun belangrijkste god was Sleipnir.
D) Deze belangrijke god werd ook wel Odfin genoemd.
E) Hij was een echte oorlogsgod!
F) Tijdens stormen liet hij zijn geesten mensen vangen.
G) Kwade mensen kregen straf en goede mensen een beloning.

Gesneuvelde krijgers (soldaten) haalde hij van het slagveld naar zijn paleis: het Walhalla, of Valhalla (Een soort Germaanse hemel). Het dak van dat paleis was van goud, en er waren twee poorten in het Walhalla. Boven de ene poort zweefde een adelaar en aan de andere stond een wolf. Aan de wanden van het paleis hingen schilden en speren van de krijgers die naar het Walhalla waren gehaald.

Vijfhonderdveertig deuren leidden naar vele vertrekken. In de grote zaal stond een boom. Daaronder graasde geiten, die melk leverden voor de bewoners van het Walhalla. In dit paleis zorgden aardige en vechtlustige meisjes (walkuren) voor de bewoners, die gratis bier konden drinken.


(Voor een grote versie van deze tekening, hier klikken!)

Opdracht 2. Noem 5 dingen op uit de tekst van wat je nu weet over het Walhalla.
1)
2)
3)
4)
5)

Een andere belangrijke Germaanse god was Donar, die de dondergod werd genoemd. Voor onweer zijn zelfs mensen in onze tijd nog vaak bang. De Germanen wisten niet hoe donder en bliksem ontstaan. Daarom dachten zij dan aan Donar de dondergod.

Hij werd de onoverwinnelijke genoemd en hij streed tegen reuzen. Hij droeg een lange rode baard en zijn stem bulderde. In zijn hand hield hij een stenen hamer. Als hij zijn hamer wegslingerde, kwam deze weer in zijn hand terug. Hij was de god van weer en wind, van de vruchtbaarheid en de scheepvaart. Hij was de beschermer van boeren en hielp hen in hun strijd tegen reuzen.

Opdracht 3. Lees de tekst hierboven en hieronder. Welke dingen kun je allemaal opnoemen over de god Donar?

Donar reed meestal op een wagen, getrokken door twee bokken. Hij droeg dan een ijzeren handschoen, waarmee hij zijn hamer wegslingerde. Hij had ook een eigen paleis, dat Bilskivnir heette. Van daaruit maakte hij zijn tochten tegen de reuzen. Om zich tegen donder en bliksem te beschermen, hingen de Germanen vaak een bosje donderkruid aan hun hutten. Soms worden bij opgravingen stenen bijlen gevonden, die men “donderstenen’’ noemt. Ook zij herinneren aan Donar, de dondergod.

De Germanen kenden een belangrijke godin: Freyja. Haar naam betekende heerseres. Zij reed op een wild zwijn en zorgde voor zonneschijn en vruchtbaarheid. Vaak werd zij de vrouw van Wodan genoemd en zij was heel goed in de toverkunst. Zij was buitengewoon mooi en was eveneens de godin van de liefde.

Opdracht 4 Kun je iets opnoemen waarvoor je de hulp van de godin Freyja nodig zou hebben? (niet meteen aan verkering denken!)

De Germanen kenden nóg een oorlogsgod: Tyr. Hij was de beschermer van de volksvergadering en van het recht. Hij werd vereerd in een heilig bos, waar hij mensenoffers kreeg. Deze god werd met één arm of met één oog voorgesteld. De aan hem gewijde dag was erg gunstig voor aanvallen op vijanden.

Opdracht 5. Hoe denk je nu over deze godsdienst met liefst 2 oorlogsgoden, een dondergod, etc? Zouden de Germanen in deze tijd zelf ook erg “oorlogzuchtig” zijn geweest?

Bijna alle dagen van de week herinneren aan Germaanse goden. De dinsdag is waarschijnlijk afkomstig van de god Tyr. De woensdag komt van Wodan. De donderdag uiteraard van Donar. Vrijdag hebben we van de godin Freyja. Zaterdag is vernoemd naar de Germaanse god Satur. En tenslotte herinnert de zondag aan de zonverering door de Germanen. Alleen ons woord maandag komt uit het Latijn.

Opdracht 6. Verbind de juiste begrippen:

Zondag.   Satur.
Maandag.   Freyja.
Dinsdag.   Wodan.
Woensdag.   Germaanse zonverering.
Donderdag.   Uit het Latijn.
Vrijdag.   Donar.
Zaterdag.   Tyr.

Ieder jaar werd een paar keer feest gevierd: om de zon te eren, of voor het nieuwe jaar, of voor de komst van de lente . Heel bekend is het Germaanse Midwinterfeest. Ter ere van het nieuwe jaar werden grote vuren ontstoken. Ook in ons land werden deze feesten gevierd!

De dode natuur zou weer opnieuw gaan leven. De Germanen dachten dat boze geesten in de donkere tijd op de aarde waren komen wonen. Zij werden met veel herrie en grote vuren weggejaagd. Dat doen wij bij ons nieuwjaarsfeest ook nog steeds. Denk maar eens aan al dat vuurwerk (met veel vuur en veel lawaai).

Opdracht 7. Verzin een feest dat te maken heeft met een gebeurtenis uit je leven. Verzin gebruiken, eten dat erbij hoort, kleding, etc, etc.

Goede weblinks om nog meer te lezen over deze Germaanse goden zijn:

1) Germaans/Noorse mythologie.
2) Goden en rituelen.
3) Een "online" encyclopedie.

Veel succes!


(Er is een tekenfilm uit over dit onderwerp, even wachten tot hij in de videotheek ligt!
Voor een groter plaatje, hier klikken!)