

Het Romeinse rijk behaalde het ene succes na het andere. Het werd een macht om rekening mee te houden.

De Carthagen waren er ook. Zij waren in een deel van Spanje en in Noord Afrika. De oorlog ontstond toen de Carthagen het eiland Sicilië aanvielen in 264 v.C. en duurde 20 jaar. Hannibal, zoon van Hamilcar de Carthaagse bevelhebber, nam in 221 n.C. het bevel over. Hij was toen pas 25 jaar oud. Hannibal begon een oorlog tegen de Romeinen. Deze geweldige generaal kon de inwoners van de veroverde gebieden overtuigen mee te vechten tegen de Roemeinen.

Hij kon zijn haat overbrengen op de burgers om zo zijn leger te kunnen vergroten. De Spaanse soldaten voegden zich bij de Carthagen onder leiding van Hannibal. En Hannibal ging met soldaten en olifanten ( die de vijand letterlijk in de grond stampten.) naar het noorden en versterkte zijn leger onderweg nog verder. Met het overschrijden van de Ebro en de inname van Saguntum, een Romeins bondgenoot, in 219 voor Christus verklaarde hij eigenlijk openlijk de oorlog aan Rome, terwijl dezen nog in de strijd met de Illyriërs en de Galliërs verwikkeld waren.

Hannibal zette de aanvalstocht op Rome in met een enorm leger van 9000 soldaten te paard, 40000 man voetvolk en 38 olifanten (waarvan 37 Afrikaanse en 1 Aziatische). Zoals bekend is werd het Carthaagse leger als het ware gedecimeerd bij de doortocht door de Alpen. Deze passage was immers vroeger op het jaar gepland, maar door enige vertragingen kregen ze een zware winter te verwerken in het gebergte. Volgens de Griekse geschiedschrijver Polybius bleven daarvan nog slechts 20000 man van de infanterie, 6000 ruiters en 1olifant (de Aziatische) over.


Tekening en foto van de plaats waar Hannibal waarschijnlijk
door de Alpen trok.
Hannibal wist overigens ook dat hij op Galische bijstand
kon rekenen en zette dus zijn tocht voort. Nadat Hannibal de Po-vlakte bereikt
had, volgde een hele reeks veldslagen :
1) In 218 voor Christus, bij de Ticinus, werd een Romeins cavalerielegioen onder
leiding van consul Publius Cornelius Scipio verslagen, later in dat jaar werd
dezelfde consul samen met zijn medeconsul nogmaals verslagen bij de Trebia.
(Ticinus en Trebie zijn beide zijrivieren van de Po)

2) In 217 voor Christus, bij het Transimeense Meer, nadat Hannibal de Apennijnen had overgestoken en Etrurië geplunderd had, lokt hij consul Gaius Flaminus in de nederlaag en moordde twee Romeinse legioenen uit.

Omdat in deze laatste slag de consul met zijn soldaten omkwam, werd, uit een vooraanstaande Romeinse familie, een dictator, genaamd Quintus Fabius Maximus Cunctator, aangesteld. Deze besliste de strijd op een andere manier voort te zetten, hij wou de belagers van Rome uitputten, hun voedseltoevoer trachten af te snijden, hen op te jagen teneinde geen strijd te moeten voeren in open veld. Hannibal lukte er niet in hem in Campanië en Apulië tot een slag in open veld te laten voeren. Hierna werden er opnieuw twee consuls benoemd als generaal: Lucius Aemilius Paulus en Gaius Terentus Varro, die beiden echter tegengestelde oorlogsvoering beoogden. Paulus wou (net als Quintus Fabius) defensief en Varro wou offensief vechten. Uiteindelijk werd Varro’s mening uitgevoerd en zo vond in 216 voor Christus de slag bij Cannae plaats, waar 80000 Romeinse tegen 45000 Carthaagse infanteristen en 6000 Romeinse ruiters tegen 11000 Carthaagse stonden .

Dit werd een totale nederlaag voor de Romeinen, temeer omdat Hannibal een bijzonder slimme aanvoeder was. Gek genoeg betekende deze slag eveneens een keerpunt in de oorlog die tot hiertoe bijna uitsluitend in het voordeel van Hannibals manschappen uitdraaide. De zuidelijke bondgenoten van Rome liepen grotendeels over naar de Carthagers. De noordelijke bondgenoten bleven trouw en Hannibal slaagde er niet in verdere veroveringen te doen. Hannibal had soldaten te kort en moest wachten om Rome zelf aan te vallen. Hannibal ging eerst soldaten en eten zoeken. De Romeinen begonnen nu winst te boeken. Hoewel hij Tarente en andere Griekse steden nog kon innemen in 213 voor Christus, konden de Romeinen onder commandant Marcus Claudius Marcellus de aanvallan op Cumae, Nola en Puteoli in 215 en 214 voor Christus afslaan.

Deze Roeminse commandant nam vervolgens nog Capua en Syracuse in 212 voor Christus in. Hannibals ultieme aanval op Rome zelf in 211 voor Christus kon geen redding brengen. Hij wachtte op Carthaagse steun, die er niet kwam en kon koning Philippus V van Macedonië niet overtuigen de oorlog aan Rome te verklaren.
Ondertussen streden in Spanje Hannibals broer Hasdrubal en de Romeinse aanvoerders Gnaeus en Publius Scipio tegen elkaar. Scipio maakte het Hasdrubal knap lastig, maar moest hem in 211 voor Christus toch het hoofd bieden. Hasdrubal was van plan zijn broer bij te gaan staan, maar werd in 207 voor Christus bij de Metaurus verslagen door consul Claudius Nero. Zuid-Italië werd plots weer trouw aan Rome.

Nu was Hannibals tijd echt wel voorbij en hij trok zich aldus in 207 voor Christus bij Bruttum terug na het verlies van Locri. Publius Scipio’s 19-jarige zoon veroverde geheel Spanje terug op de Carthagers en kreeg van de Senaat de permissie verder op te rukken op Noord-Afrikaanse bodem. De steun van de Numidische koning Masinissa werd verkregen en zo raakte Carthago in paniek. Het riep in 203 voo Christus Hannibal terug om mee te verdedigen. In 202 voor Christus werd na een vreselijke strijd bij Zama Carthago tot de overgave gedwongen.
